De Pijn een fenomeen

Johan Pijnenburg van entertainer tot spreekstalmeester
 
Eigen verhaal 2008
 
Bladel - Tweeënzeventig is hij reeds, maar aan zijn stem is dat absoluut nog niet te horen. Bij kermiskoersen in de Kempen is hij een graag geziene gast, met de microfoon in de hand altijd prominent aanwezig. Maar net zo goed kun je hem tegen komen bij een zittingsavond van de plaatselijke carnaval waar hij in eigen dorp behalve de oprichter ook de grootvorst is.
Johan Pijnenburg heeft iets met het getal drie. Niet alleen het aantal van zijn kinderen, ook van de vrouwen in zijn leven. Een beetje egotripper moet je wel zijn om te doen wat ik doe is een van zijn gevleugelde uitspraken. Hij heeft er vele. Net zo goed als hij nog dozen vol knipsels heeft met verslagen van wielerwedstrijden van weleer, uit de tijd van Bartali en Schulting.
 
Wie Johan Pijnenburg ziet lopen ziet dat niet alles in het leven volmaakt is. ‘Polio in mijn kindertijd’, zo wijst hij naar zijn been dat hem soms beperkt. ‘Maar het maakt je ook sterker in andere dingen,’ weet hij.
Johan leerde al op jonge leeftijd te knokken, al hadden zijn ouders destijds veel zorgen om hem. Wat moet onze Johan straks toch gaan doen zuchtte zijn vader dan.
Toen Johan na schooltijd voor het raam van de schoenenlapper stond wist hij het ineens: dat was iets voor hem.
 
Dertien ambachten
 
De opleiding in de schoenenindustrie kwam er en een tijd lang beoefende hij ook het vak. Tot hij merkte dat het niet echt zijn roeping was, waarna hij de administratie in dook. Het duurde lang voordat hij daar zijn eerste baantje had, maar uiteindelijk loonde zijn doorzettingsvermogen. Intussen groeide hij op in het Bladel van de vorige eeuw, de tijd dat Miet van Bommel haar café nog had en de tijd van de oude Sniederslaan en dat de markt nog de varkensmarkt was.
‘Ja, elke zondagochtend zaten we bij café van Bommel te discussiëren en te toepen. De verliezer betaalde het rondje maar na drie beurten was die meestal blut en mocht dan <I>um unne dooie<I> mee doen. Zo ging dat daar. In een hoek van het café zat de jeugd, in een andere hoek werd biljart gespeeld. In 1958 kocht Miet als een van de eersten in Bladel een tv en zagen onze Frits en ik Pelé schitteren op het WK van Zweden. Ja, dat waren nog eens tijden.
Vanaf eindjaren veertig was Johan de wielersport gaan volgen en was alle publicaties over de grote namen gaan verzamelen. Mannen als Rik van Steenbergen, Bartali en later Coppi en Anquetil, allemaal kwamen ze in zijn plakboek terecht. Toen Gerrit Seuntiëns hem vroeg om een keer bii een wielerkoers te assisteren hapte hij meteen toe en vanaf toen hanteerde hij er de microfoon die hij er nooit meer los liet.
 
’Een passie wil je delen’
 
Met een aantal vaste maten als Lau Meulenbroeks,  Nico van Rooij, Jos Seuntiëns en de Neterselnaren Wim Vissers en Jan van Limpt schuimde hij de kermiskoersen af. Het waren de dikkebandenwedstrijden en de wilde ritten want een echte juryopleiding hadden ze niet. Met zijn typische commentaar, vol van kwinkslagen leerde de Kempen hem kennen. Zoals zijn wielericonen hun successen ooit hadden behaald, zo praatte hij nu de wielrenners over de meet.
 
Intussen had De Pijn, zoals hij zich op zijn mailadres noemt, ook een carrière opgebouwd op de planken. ‘Het begon ooit bij het 60 jarig bestaan van de sigarenbond, ik was toen tweeëntwintig jaar. Met een paar man traden we op met sketches onder de titel Gooi los die tros. Het was zo’n succes dat we steeds maar weer gevraagd werden. Met Piet Hoskens op de accordeon de meiden van Groenen erbij was het bij elk optreden grote lol. Jan Seuntiëns en onze Theo maakten het stel compleet. Later gingen we ook steeds meer feesten en partijen verzorgen, soms waren het een soort van zittingsavonden maar een carnavalsvereniging was er in Bladel nog niet. Toen werden we gevraagd door Piet Vosters om bij een buurtfeest een optreden in carnavalssfeer neer te zetten. Het was jaren nadat er ooit kortstondig een carnavalsclub in Bladel was geweest, toen onder de naam De wendbuilen. Het optreden bij het buurtfeest was zo’n groot succes dat ter plekke besloten werd om een nieuwe carnavalsvereniging op te richten. Voor de naam gingen we kijken naar wat de Bladelse mens goed kan, zo kwamen we op Muggeziften uit. Inmiddels bestaat carnavalsvereniging <I>De Muggezifters<I> al meer dan dertig jaar en zijn er jaarlijks vele activiteiten die duizenden mensen boeien. Johan werd al snel Vorst bij de vereniging, inmiddels draagt hij de titel van Grootvorst.
 
 
Bij de jaarlijkse zittingsavonden jeuken zijn handen nog steeds, altijd weer die niet aflatende drang om zich te bewijzen. ‘Het is de kik van het moment, de spanning vooraf, de passie die je wil delen,’ zegt hij er zelf over.
De wilde kermiskoersen zijn uitgedund, op vele plekken kwamen er KNWU wedstrijden voor in de plaats. Op een aantal plaatsen, zoals Netersel en Wintelré gaat het wielergebeuren niet door als Johan er niet is. Hij weet nog precies wie er toen en toen de eerste was, combineert zijn feiten kennis aan zijn podiumervaring. De Pijn, altijd garant voor weer een gezellige avond.
HW 2009