Greet van Sambeek door de eeuwen heen

 Maart 2017

 

In 1913 moest de eerste wereld-oorlog nog beginnen, maar Hulsel maakte zich op voor het zilveren jubileum van de nieuwe parochiekerk.

Het was langs deze parochiekerk, aan de toenmalige Straot, dat Petrus Maas en Margaretha Goudsmits hun boerderij/café/winkel dreven.  Petrus, in Hulsel Peer genoemd, bracht de officiële familienaam in. Maar Margaretha (Greet) bracht een bijnaam mee: die van Drieskes.

Zij was geboren als dochter van Drieske Goudsmits, die aan de Heikant samen met Johanna van de Voort een boerderijtje bewoonde. Op het moment dat er een nieuwe kerk gebouwd werd zag Drieske zijn kans schoon: hij bouwde een nieuw pand er pal naast. Uiteraard met als functie een boerderij, want dat was zijn stiel. Maar hij veronderstelde ook een goede klandizie als hij er een café begon en zoals meer gebeurde in die tijd: tegelijk ook maar een winkel erbij.

Margarteha leefde van 1880-1942 en kreeg vijf kinderen: Jo, Greet, Andre, Jan, Marie, Leo en Kees.

Jan, de middelste, nam het café en de winkel over, na het overlijden van zijn ouders. Greet droomde intussen van andere dingen: zij wou graag juf worden. ‘Mijn eerste herinneringen heb ik aan vader, die in de eerste wereldoorlog in het leger moest en in Hooge Mierde de grens mee bewaakte,’ zegt ze later als ze terug blikt. ‘Ik herinner me nog zijn mooie uniform waar hij mee thuis kwam!’

Later vertelt ze verder: ‘Ik zat op de lagere school bij meester Verhoeven en zijn vrouw. Er waren zes klassen en per klas tussen de vijf en tien kinderen. In de klas was ik altijd als eerste klaar, waarna ik veel naar buiten zat te kijken. Ik hield van lezen en het schrijven van opstellen. Maar thuis dachten pa en moeder maar aan één ding: er moest zo snel mogelijk mee aangepakt worden.

Hierdoor mocht ik niet verder leren en mijn droom om juf te worden achterna gaan. Ik bracht wel vanaf mijn vijftiende in de kroeg de glaasjes met brandewijn rond voor de boeren die na de mis aan tafel zaten. Mannen als Franske Roest, Sjef Maas, Ketelaars en Tinuske van den Heikant. Ik hielp ook vaak mee in de stallen. Het was een mooie tijd met hard werken.

Op een mooie zomerdag kwam er een jongeman bij ons over de vloer. Het was de nieuwe schoolmeester, die met enkele schoolkinderen mee kwam. Ik keek in zijn grote warme ogen en ik zag iets wat ik nog nooit gezien had. Ik voelde ook iets wat ik nog nooit gevoeld had. Ik was achttien en nog zo groen als gras. Toen we aan de praat raakte, vertelde hij over Netersel kermis dat binnenkort plaats vond. Of ik er mee naar toe ging…

Ik wist niet wat ik moest verwachten en stemde toe. Gelukkig kreeg ik vanuit thuis ook groen licht. Van de kermis in 1931 herinner ik me nog maar één ding: de eerste zoen die ik daar van hem kreeg.

Met die zoen kwam er een ander gevoel bij mij boven drijven. Het was mij nooit gelukt om juf te worden, maar nu kwam de mogelijkheid in beeld om de vrouw van de meester te worden: is dat niet een beetje hetzelfde?

In 1936 stapte ik in het huwelijksbootje met Piet van Sambeek. Aanvankelijk konden we geen woning vinden, tot Piet een huis in Bladel ontdekte, dat al vijf jaar leeg stond. De vorige bewoners waren aan tbc gestorven, wat nieuwe bewoners afschrok.

Piet zag meteen de mogelijkheden, vooral ook omdat hij inmiddels in Bladel aan de jongensschool stond.’

Greet kreeg als taak om goed voor het huis en voor haar man te zorgen en al na anderhalf jaar diende de eerste spruit zich aan. Dit zou nog doorgaan, tot er tien kinderen gezond op de wereld stonden (één kindje werd nog dood geboren).

Het gezin van Piet en Greet van Sambeek aan de Bleyenhoek in Bladel floreerde. Niet alleen was er veel levendigheid door het groeiend aantal kinderen: vader Piet was een uitermate actieve man. Zo richtte hij samen met zijn broer voetbalclub Bladella op, waar hij ook nog vele jaren de voorzitter was.

Op het moment dat de kinderen uit gingen vliegen, kwamen ook de kleinkinderen en daarna zelfs de achterkleinkinderen in het leven van Greet.

Zij bleef intussen wel het middelpunt van het gezin. Ze breide voor iedereen de nodige sokken en toen ze ouder werd ging ze op koersbal. Ze was maar liefst 63 jaar met haar Piet getrouwd en toen ze hem vaarwel moest zeggen, wist ze dat die plaats nooit meer ingenomen kon worden.

Op haar negentigste kreeg ze van haar kroost een eenmalige autorijles aangeboden: dat was ook nog zo’n onvervulde wens.

Greet van Sambeek, in Hulsel Greet van Drieskes. Deze familie-bijnaam lijkt voor eeuwig aan de lokale horecagelegenheid in Hulsel verbonden. Haar broer Jan herbouwde het café in 1968 en plaatste het veertig meter van de weg af, inmiddels was die weg gedoopt tot Willibrordlaan. De boerderij en de winkel werden toen niet meer voortgezet. Het café ging officieel verder als Café Maas, maar in de volksmond ‘bij Jan van Drieskes. Toen in 1980 het café omgevormd werd tot gemeenschapshuis, kwam die naam officieel aan het pand verbonden: Het Drieske.

In 2018 wordt het gouden jubileum gevierd. Greet hoopt dit nog mee te maken maar als dat zo is, dan is ze wel 105 jaar!

Nu vier jaar terug, kreeg ze in Bladel haar eeuw-bankje. Ondanks haar hoge leeftijd woont ze nog steeds zelfstandig en ze weet zich nog omringd door haar vele (klein) kinderen. Haar oudste achterkleinkind is nu 28 jaar oud en de vijfde generatie zou zo maar zijn intrede kunnen doen. Elke dag kookt er een van haar kinderen in huis en eten ze samen aan tafel. Zo gaat elke dat op een prettige manier voorbij en blijft ze contact houden met alles en iedereen om haar heen