Bikkelen in de sneeuw

Jongeren op pelgrimstocht

 Februari 2012

Lage Mierde/Vessem – Regelmatig kom je ze in de Kempen tegen. Een groepje jongeren, meestal enkele volwassenen erbij. In de ene hand een grote, ruwe stok, niet zelden een grote schelp aan een koord om de hals. En een rugzak. Een zware rugzak met daarin minstens één steen.

Jongeren van 24 basisscholen in de Kempen en het eerste leerjaar van PIUS X in Bladel worden sinds enige tijd uitgedaagd voor een echte pelgrimstocht. De start is altijd ergens in de buurt van de school en de finish van de eendaagse tocht in Vessem. De brugklassers van PIUS X lopen nog een tweede dag door naar Oirschot, ze volgen de originele pelgrimsroute naar Santiago de Compostella. Jongeren op weg. Op weg door het leven, op weg voor hun tocht. Het initiatief van de Pelgrimshoeve in Vessem lijkt door eigen succes ingehaald te worden.

 Jack Naus uit Lage Mierde heeft soms weinig woorden nodig om anderen te inspireren. In alle bescheidenheid wuift hij het succes weg: ‘ook ik heb me ook laten inspireren,’ zegt hij dan. Volgens Naus werd een eerste belangrijke stap gezet toen de Vessemse broeder Fons van der Laan op weg ging voor een tocht naar Santiago. Hij kwam geïnspireerd terug en stichtte vanuit zijn woonoord in Vessem een Pelgrimshoeve. Wandelaars die uit het noorden vertrokken naar de Spaanse havenstad konden vanaf die dag in Vessem een overnachting maken. Later werden er ook voorbereidingsweekenden georganiseerd voor wandelaars die zich voorbereiden op de tocht. Hierdoor geïnspireerd is de jeugdpelgrimage een vervolg.

 In de verte is er beweging. Een groepje wandelaars volgt niet het gebaande pad, maar de loop van de Kleine Beerze. Ze lopen verspreid. De meesten zoeken stevigheid met een grote stok in hun handen, de rugzak om hun schouders vertoont een stevige vulling. Er wordt gepraat. Er wordt geluisterd. Af en toe zoekt een spreker een andere luisteraar op of omgekeerd. Er worden geen aanwijzingen gegeven, het pad dat er ligt is de weg. In de verte een torenspits, de kerk van Vessem. De zeven jongeren hebben er al een flinke tocht opzitten. Bij de afstand van Bladel tot Vessem (zo’n tien kilometer) kwam nog een omweg via een geitenboerderij. Daar waren ze sprakeloos toen ze de geboorte van een lammetje zagen. Het jonge leven begon met een meer dan zware bevalling, ze zijn nog zichtbaar onder de indruk.

‘We hebben onderweg ook  al meerdere kapellen gepasseerd,’ weet Kay Dingen (13) uit Eersel te melden. ‘Ieder van ons heeft een kaars meegekregen en we kunnen die op een van die plaatsen aansteken en achterlaten. We moeten er wel een speciale reden voor hebben.’

Devin Appels uit Bladel heeft die speciale reden: zijn opa is ernstig ziek en zal misschien niet meer beter worden. ‘Ik steek de kaars pas aan als we op de pelgrimshoeve zelf zijn,’ zegt hij. ‘Ik wil hem daar in de kapel zetten, dat is voor mij een bijzondere plaats,’

Als ze gearriveerd zijn bij de Pelgrimshoeve kwakken de rugzakken op de grond en gaan de wandelschoenen uit. Even tijd voor ontspanning. Fons van der Laan levert zijn bijdrage met het voorzetten van een warme maaltijd, de nachtrust op de hoeve is verfrissend.

Het vervolg op de tweede dag is ook verfrissend, het vriest 15 graden als ze op weg gaan voor de laatste etappe. Zonder morren worden de rugzakken weer opgepakt en de voeten in de wandelschoenen gepropt. Met de kraag hoog omhoog is de Jacobushoeve de volgende halte.

Als de jongeren op weg zijn naar de hoeve aan de rand van Vessem, vertelt Naus het verhaal over dit project aan de jongeren. ‘Op zijn tocht naar Santiago zag Fons van der Laan hoeveel spullen er weggegooid werden. Weer terug in Vessem wou hij daar iets aan doen en hij wist anderen mee te krijgen om een kringloopwinkel te beginnen. De Jacobushhoeve is inmiddels veel meer dan dat alleen.’

Het eerste punt op de tweede dag is slechts enkele honderden meters lopen maar het is meteen weer speciaal. ‘Iedereen heeft een steen meegebracht waarop hij met stift een boodschap gezet heeft,’ legt Naus uit. ‘Deze steen wordt hier letterlijk weggesmeten, het dilemma op de steen daarmee ook. Dat wat als een ballast meegedragen werd, blijft hier achter.

Bladelse Sebastiaan Craens heeft <I>zijn<I> steen al meteen stevig vast. <I>pesten<I> staat er met kleine letters op. ‘Ik werd op de basisschool altijd gepest,’ zegt hij zachtjes. Als hij zijn steen op de stenenberg achter laat zet hij samen met de anderen er  ferm de pas in. Op koers naar Oirschot. Het pad ligt er al, de weg van de jongeren is al voor een deel uitgestippeld. Zelf moeten ze die weg nog bewandelen. De weg van de pelgrimsroute, de weg van hun leven.

 

Alle zeven kwamen met hun drie begeleiders die tweede dag veilig aan in Oirschot. Moe maar voldaan. Ze kenden op het moment van afscheid elkaars verhaal, hadden het met elkaar gedeeld. Ze zullen elkaar later weer tegen komen, dan met deze gezamenlijke herinnering.

‘Ik ga later zelf nog wel eens een grote tocht maken,’ zegt Sjoerd Lavrijsen. ‘Ik was al twee keer eerder op pelgrimstocht met de basisschool, dit is nu de derde keer. Het smaakt nog steeds naar meer,’