Marieke van Fonskes denkt nog elke dag terug aan de schoten

Vader Fons van der Heijden werd op laatste oorlogsdag dood geschoten
 
November 2018
 

Voor Marie van Hout-Van der Heijden (Steensel) werd alles in het leven anders na 20 september 1944. Terwijl ze ademloos haar moeder omarmde op de hoek van de boerderij waar ze woonden, hoorden ze enkele honderden meters verder de schoten waarmee vader Fons van der Heijden uit het leven werd geschoten. Het was een bizar einde van de oorlog, enkele dagen voor de bevrijding, maar ook een bizar einde van het leven van Fons, die enorm actief was als verzetsman en vele piloten en onderduikers redde.
Als Marie op haar 87-ste terug denkt aan de laatste oorlogsdagen, komt er nog regelmatig een brok in haar keel. “Er gaat vrijwel geen nacht voorbij dat ik er niet aan denk,” zegt ze met zachte stem. Het is haar grote trauma, maar toch denkt ze met fijne gevoelens terug aan haar vader.
“We hadden een boerderij midden in Netersel. Daarnaast hadden we een inpandige kruidenierszaak en een maalderij voor rogge. Als jongste in het gezin van zes kinderen, moest ik vooral op het boerenbedrijf mee helpen. S morgens de koeien mee melken en in de weekenden en schoolvakanties op het land. Schoffelen, aardappels rapen en dat soort dingen.
Op een ochtend in 1944 ging mijn zus Netje samen met mijn broer Wim de koeien melken. Ze kwamen onderweg een man tegen, een vreemdeling die een taal sprak die ze niet kenden. De oorlog was al enkele jaren aan de gang en we wisten dat er van alles om ons heen gebeurde. Wim liet de man zichzelf verstoppen tussen de gewassen om hem na het melken mee naar vader te nemen.
Wij wisten dat vader regelmatig contact had met personen die uit handen van de Duitsers probeerden te blijven. Jongemannen die onderdoken om de arbeidersinzet te ontlopen zaten bij ons aan tafel, terwijl ze de nacht doorbrachten in het kippenhok bij ons in de boomgaard. Vader smokkelde veel levensmiddelen en ook voedselbonnen naar Kamp Vught. Doordat wij zelf graan maalden kon hij wekelijks zo’n 150 illegale broden bakken voor de mensen die niets meer hadden.
Vader nam de man op in ons huis, het bleek om de Engelse piloot Ernest Holmes te gaan, wij noemden hem Sherley. Hij vertelde zijn verhaal hoe hij met zijn vliegtuig terug keerde na bombardementen  in Duitsland. Ze waren neergehaald door afweergeschut in de buurt van Eindhoven en uiteindelijk in het buitengebied van Vessem neergekomen. De meeste bemanningsleden overleefden het niet, maar Ernest had geluk. Hij wist totaal niet waar hij was en begon gewoon te lopen. Dat hij onze Wim en Netje tegenkwam was puur toeval.”
Pas later zou Marie begrijpen dat vader Fons deelnam aan wapendroppings voor verzetsmensen, waarbij hij zijn eigen paard en wagen gebruikte en dat hij een schakel was in de pilotenlijn, die piloten via herberg in den Bockenreyder naar bevrijd gebied moet leidde. Wat Marie ook nog niet weet is dat Holmes tijdens zijn verdere tocht door België toch door de Duitsers te pakken werd genomen en onder druk informatie over zijn redders prijs gaf.
“In september 1944 voelden wij het einde van de oorlog naderen. Vader was op zaterdag 19 september al naar de Engelsen geweest die Hapert bevrijd hadden, maar toch zat het hem niet lekker. Die avond hebben we een beraad gehad met alle gezinsleden en onderduikers die nog bij ons waren. “Als er iets met een van ons gebeurt, moet iedereen de boerderij verlaten en zijn eigen weg kiezen,” zei hij. “En jij Marie, jij weet wel ergens een sloot of schuttersputje te vinden om je te verstoppen.”
Het was een vreemde nacht. Vader zijn woorden dreunden na en het gaf stof tot nadenken. Wat bedoelde hij er precies mee, was het echt zo gevaarlijk?
Zondag de 20-ste mocht ik uitslapen, terwijl de anderen naar de kerk gingen. Ik hoorde gestommel en aan de stemmen hoorde ik dat Duitsers de boerderij binnen kwamen. Ik durfde me niet te bewegen, ze zochten in alle ruimtes, tot onder de bedden. Ik sloop stilletjes via een doorgang naar de stal en wachtte tot ze weg waren. Net op het moment dat ik het veld in wou lopen, kwam moeder in haar eentje eraan. ‘Ze hebben onze pap meegenomen toen we de kerk uitkwamen,’ vertelde ze. En wat nu? vroeg ik. Moeder zei niets, maar pakte me in een omhelzing beet. Toen hoorden we een schot en toen nog een. Daarna was het stil. ‘Nu schieten ze hem dood,’ zei moeder zachtjes.”
Wat moeder, naar later bleek al langer gevreesd had, gebeurde. Marie, toen twaalf jaar, was zich dat risico niet zo bewust geweest, zegt ze er later over.
“Vader werd verhoord en nam meteen alle schuld op zich,” zegt ze. “Hij wilde absoluut niet dat anderen er voor op moesten draaien en dat er nog meer slachtoffers vielen”.
De dood van Fons was een grote schok in het gezin, maar ook in heel Netersel en bevrijd Nederland.
Omdat er die week geen missen konden worden gedaan en omdat het gezin naar Middelbeers en daarna naar Vessem moest vluchten, kon hij niet begraven worden. Hij werd tijdelijk in een gat te ruste gelegd en pas later herbegraven.
Marie probeerde samen met haar moeder, zus en broers het leven na de oorlog weer op te bouwen. “Het was moeilijk maar ons moeder bleek een scherpe handelsgeest te hebben, daardoor verging het ons wel goed.”

In de jaren vijftig werd er af en toe weer aan leuke dingen gedacht en zo kwam Marie op Casteren kermis Steenselnaar Harrie van Hout tegen. In 1958 trouwden ze en ze bouwden samen aan een eigen gezin. Nu woont ze weer alleen, maar wat is alleen als je drie kinderen en acht kleinkinderen om je heen hebt waar je een intensief contact mee hebt.
Als ze dan in haar huisje zit kijkt ze naar een schilderij dat een onderduiker bij hen thuis van vader maakte. Ze was erbij toen hij poseerde, niet wetende dat het schilderij hem zover zou overleven.

Ter nagedachtenis aan haar vader werd er een kapel opgericht op de plek waar hij neergeschoten werd. Ter herinnering werd ook de straat waar het gebeurde -De Zandstraat-  omgedoopt tot Fons van der Heijdenstraat, wat het nu nog steeds is.
Fons kreeg postuum na zijn dood nog een aantal onderscheidingen toegekend, zoals de Medal of Freedom (1947) en het verzetsherdenkingskruis.
Marie kijkt terug op een mooi leven en vaak moet ze nog aan de woorden van haar vader denken. “Leef een goed leven want je krijgt maar één maal de kans,”  zei hij tegen me.

Onlangs was Ernest Holmes opnieuw in Nederland om een krans te leggen op de plek waar hij met zijn vliegtuig neerstortte. Tijdens dat bezoek ontmoette hij Marie.
“Hij is nu 97 jaar,” zegt Marie. “Hij is nagenoeg blind en vroeg mij om dicht bij hem te komen staan. Hij voelde aan mijn schouders en luisterde naar mijn stem. Hij gaf daarna aan dat hij me nog herkende. Het was een bijzonder moment, 74 jaar nadat het allemaal gebeurde. Holmes vertelde dat hij pas veel later hoorde hoe het met vader afgelopen was. Hijzelf was ook opgepakt maar kon na de bevrijding wel naar huis terug keren.
“Jullie hulp heeft veel verder gereikt dan alleen mijn leven,” wist hij met krakende stem te vertellen.

Marie bij het schilderij dat een onderduiker van haar vader maakte