Westelbeerse moord na eeuw weer boven water

De Smoldersen contra de Kolstersen (deel 1)

 Kerstkrant 2011

Westelbeers – Een jager die een stroper omlegd, waar hebben we dat eerder gehoord?

Op 21 december 2011 is het exact 100 jaar geleden dat Frans Kolsters de dood vond toen hij samen met zijn broers een konijntje probeerde te verschalken. De Smoldersen met in hun midden veldwachter Gerard en de jager Toon Smolders schoten op de mannen van Kolsters, waardoor Frans Kolsters met een lading hagel in zijn lijf dodelijk gewond neerviel.

De Smoldersen en die van Kolsters. Twee doodnormale families uit de Beerzen, mensen die elkaar  dagelijks tegen kwamen maar na het fatale voorval kwam dat toch even anders te liggen. In de jaren die volgden bleef het onduidelijk hoe de omstandigheden precies waren die tot de moord hadden geleid. Het uitgebreide verslag van de rechtszitting geeft daar een klein beetje helderheid over maar liet ieder het achterste van zijn tong zien?.

Na de begrafenis van Frans Kolsters werd er een treurwilg geplant als aandenken aan de jongeman en zijn tragische dood, maar bij de jongste omlegging van de Beerze sneuvelde deze gedenkboom. Buurtgenoten zoals Geert Pasmans willen de boom nu herplanten om zo het gebeuren te blijven herdenken. Tijd voor een terugblik op <I>De zaak Westelbeers<I>, een moord die exact honderd jaar terug plaats vond. Het was enkele maanden voordat de Titanic zonk, een periode waar het begrip ‘wereldoorlog’ nog moest worden uitgevonden.

/uploads/verhalenuitdekempen/sites/1/ckfiles/201809/42/bruggetje.jpg

<I>In een der jachtvelden onder Middelbeers is heden-nacht een strooper F.Kolsters doodgeschoten gevonden. Men vermoedt een misdaad, terwijl de dader, die voortvluchtig is, zou zijn zekere A.S. De justitie van hier is hedenmorgen 11,21 daarheen vertrokken. De dood is een gevolg van een treffen dat plaats heeft gehad tusschen stroopers met een lichtbak en een onbezoldigd rijksveldwachter-jachtopziener met zijn beide broers. Een van deze laatsten loste op enkele meter afstand een schot uit een jachtgeweer, waardoor de 20-jarige F.K. Uit Middelbeers in den rug werd getroffen. Het gerecht uit Den Bosch heeft gisteren een onderzoek ter plaatse ingesteld.<I>

<B>Uit: Tilburgsche Courant, 22 december 1911<B>

 

Het is een donkere nacht, precies vier dagen voorafgaand aan de kerstnacht. In het gezin van Kolsters zijn acht monden te voeden en het is geen vetpot op de schrale gronden van de Beerzen. Moeder had deze week tijdens het bidden voor de karige maaltijden al enkele keren gezucht. O, wat zou ze graag een keer wat vlees op tafel zetten voor haar jongens. De jongemannen Tinus, Bert, Janus en Frans. Ook de kleine Piet en zijn zussen Hannie, Marian en Trees keken vaak hongerig naar de grote pan aardappelen. Veel meer bied de maaltijd niet, soms was er nog een randje zult. Met wat water erbij levert dat een beetje jus op om toch nog een klein beetje smaak aan het geheel te geven.

‘Als dat varken nou niet doodgegaan was hadden we heel de winter te eten gehad,’ zucht moeder.

‘Ja ja, ‘ reageert vader. Dat weten we nu onderhand wel, dat heb je deze week elke avond voor het eten gezegd. Kom, we bidden nog een Weesgegroetje extra, dan doen we toch iets nuttigs.’Tinus keek zijn broer Frans, die tegenover hem zat, aan.  Die merkte dat er naar hem gekeken werd. ‘Wat is er?’ vroeg hij zwijgend met een knikje. Frans tuitte zijn lippen: stil, nu geen woord.‘Wat is er?’ vroeg Frans zachtjes toen ze na het laatste kruisteken van tafel gingen.‘Ik wil een keer wat doen voor ons moe, dit kan toch zo niet langer,’ fluisterde Tinus. Bert die in het voorbij gaan zijn pet opzette om naar buiten te gaan keek verwonderd naar zijn broers. In het huis van Kolsters werd er weinig gesmoest, wat moesten die twee met elkaar? ‘Kom,’ zei Tinus met een teken naar beiden, ‘naar buiten, we moeten iets bespreken.’Ze liepen naar buiten waar ze ook Janus aantroffen. ‘Kom mee,’ zei Tinus. ‘Daar achter de hooimijt, ik heb een plannetje.’ Zwijgend liepen de vier achter elkaar door het schemerdonker, voorzichtig om zich niet te verraden. De klompen kraakten zachtjes in de modder, een uil keek vanaf de grote eik naar de schaduwen onder zich.

Toen ze op de boomstammen bij de hooimijt zaten, bogen hun hoofden naar elkaar toe en Tinus zette zijn plan uiteen. ‘Het kan toch niet zo zijn dat we ook met de kerstnacht op een droog stukje brood zitten te bijten? Die aardappels ben ik helemaal beu, ook al doet ons moe nog zo haar best om er iets lekkers van te maken. Ik wil een keer iets voor haar doen’
‘Waar denk je dan aan’? vroeg Frans. ‘Heb je gezien hoeveel konijnen er de laatste tijd zitten,’ fluisterde Tinus. ‘Het lijkt wel een plaag te worden, daar moeten we nodig wat aan doen.’

‘Man, weetje wel wat je zegt?’ Zei Frans. Denk eens aan de Rijks. Reken maar dat hij dan ergens op de loer ligt en als hij ons snapt zijn we er zwaar bij. Dan zitten we met kerstmis ergens anders.’ Er ging een rilling door zijn lijf. ‘Doe niet zo bang en denk na. Die veldwachter kan toch nooit overal tegelijk zijn. Als wij laat op de avond met een lichtbak schijnen hebben we de konijnen voor het oprapen, zoveel zitten er. Tegen de tijd dat veldwachter Smolders er  iets van merkt zijn wij al lang weer vertrokken.’

‘Tinus, Bert, waar zitten jullie’?

Gevieren krompen ze ineen. De stem van vader galmde over het erf en de broers beseften dat ze tevoorschijn moesten komen anders zou het argwaan wekken.

‘Morgenavond. Net doen of je vroeg gaat slapen, we treffen elkaar hier op deze plek een half uur nadat we naar bed zijn gegaan. Oké?’siste Tinus snel voor ze opstonden. De broers knikten. Tinus was de oudste en wat hij zei volgde je meestal op. Tinus wist vast wat hij deed.Het was voor Frans lang geleden dat hij een konijntje gestroopt had, hij had daar geen goede herinneringen aan. Het was de Rijks ter ore gekomen en ook al had die het niet zelf gezien, hij was naar vader gegaan en het had er gedonderd. Hij vroeg zich af hoe het nu zou zijn, hij was weer enkele jaren ouder. Spannend bleef het wel. Het vooruitzicht van een gebraden konijn op kerstavond had hem over de streep getrokken, in gedachten zag hij het verraste gezicht van moeder al voor zich.  O, die lieve moeder, wat zou ze verbaasd zijn….

 

Vader geeuwde en rekte zich uit. Hij was loom geworden voor de kachel, Tinus had er extra hout op gegooid. ‘Ik denk dat ik maar eens op tijd ga slapen,’ zei vader en hij stond op.‘Ja, ik ook antwoordde Tinus en in zijn spoor volgden Bert en Janus, met wie hij een kamer deelde.

De treden kraakte onder hun voeten, beneden hoorden ze de gordijnen van de bedstee wegschuiven.Op drie slaapkamers boven sliepen de acht kinderen. De meisjes Hannie, Maria en Trees lagen bij elkaar en Frans deelde met Piet de kleinste ruimte.Frans was blij dat Piet ook al vroeg was gaan slapen. Hij was bang dat de jongen nog laat wakker zou zijn, in dat geval had hij hem bij het plan moeten betrekken. Nu hoefde dat niet, des te beter.Met de klompen in zijn handen sloop hij even later de ladder af naar beneden. Hij zag dat de pal niet meer bovenop de klink zat, hij was dus niet de eerste die naar buiten was gegaan. Achter de hooimijt trof hij zijn drie broers.‘Ik heb een lichtbak geregeld,’ fluisterde Tinus. ‘Die ligt bij Pasmans in de paardenstal, we kunnen hem zo ophalen. Hij had ook nog een oude karabijn, die mogen we ook lenen.’

Zwijgend liepen de vier broers het erf af in de richting van de Westelbeerse kapel. Er stonden enkele sterren aan de hemel maar de maan liet zich niet zien. Frans merkte dat hij dicht op de anderen moest lopen om ze niet kwijt te raken. Hij keek of hij de loop van de Beerze al kon zien, daar moesten ze straks zijn, daar zaten altijd veel konijnen.

‘Moeten we niet iets hebben om die konijnen af te maken?’ vroeg Frans  zachtjes. Hij liep achter Bert en bleef met zijn vingertoppen contact houden met zijn voorganger. ‘Onze Tinus heeft met Pasmans enkele knuppeltjes kunnen regelen,’ fluisterde Bert. ‘Als de konijnen in het licht van de lichtbak komen blijven ze stokstijf staan en kunnen we ze met één tik uitschakelen.’

Frans nam zich voor om er wat meer mee naar huis te brengen. Eén konijntje was prima, maar twee nog veel beter. Stel je voor. Moeder zou nóg breder glimlachen als ze met een vuist vol konijnen af zouden komen. 

Vanaf het Rakelbos klonken zware voetstappen over de zandpad. Ze passeerden de boerderij van Van Gils en liepen van de Westelbeerse kapel af in de richting van Middelbeers. Rechts van hen hoorden ze het kabbelen van de Beerze. Gerard Smolders voelde zich de aanvoerder van het groepje. Sinds hij het uniform droeg als Rijksveldwachter gaf dat hem een statig gevoel. Hij verdiende er als ‘onbezoldigd ambtenaar’ dan nog wel niets mee maar wat niet is kan nog komen. Samen met zijn broers Toon en Piet voelde hij zich veilig in de donkere avond. Toon droeg zijn jachtgeweer, zoals hij dat als jager gewoon was.‘Waar verwacht je ze ergens?’ vroeg Toon.‘Ik denk dat we niet ver meer hoeven gaan, antwoordde Gerard. ‘volgens mij zijn we hier vlakbij het bruggetje, daar is een open weide, daar zijn ze vorige week ook bezig geweest. Misschien moeten we ons hier in de bosjes maar eens even schuil houden.’

 

Janus Kolsters voelde het koude staal van het geweer in zijn handen. Hij had nog nooit een geweer vast gehouden en voorzichtig liet hij de instructie van Pasmans nog eens de revue passeren. Zoals die het uitlegde was het niet moeilijk om het te gebruiken.

Tinus en Bert droegen samen de zware lichtbak tussen hen in, Frans droeg de knuppels. ‘Hier kunnen we na afloop de konijntjes mooi aan ophangen,’ fluisterde hij. Niemand reageerde er op.Voor de vier broers doemde een klein bruggetje op, voorzichtig voelden ze met hun voeten de treden en de ruimte die er tussen zat. Aan de overkant van de stroom kwamen ze in een open weide en in het maanlicht zagen ze beweging. ‘Daar is iemand,’fluisterde Frans.‘Inderdaad,’ zei Tinus.’Dat zijn onze konijnen, die wachten tot ze met ons mee mogen.’Op de tast zocht hij naar de lucifers in zijn zak om de lichtbak te ontsteken. ‘Als hij brand ren je met de knuppel naar voren en je pakt er zoveel je kunt,’ siste hij tegen Bert en Frans.  De lichtbak knetterde toen hij in een flits oplichtte en Frans en Bert renden keihard naar voren. Net zo snel als het licht geworden was werd het echter weer donker, de buit was slechts één konijntje groot.‘Nog maar een keer’ hijgde Frans die opgewonden ademde. ‘Dit is leuk’.Tinus schraapte voor de tweede keer een lucifer aan maar voor hij de brander kon ontsteken voelde hij een hand op zijn schouder….

 

Hoe het afloopt met ‘De zaak Westelbeers leest u  volgende week in de nieuwjaarskrant.

 

Foto: De Beerze