Schaap, schaap en nog eens schaap

Stijn Hilgers dwaalt met kudde op de heide


September 2016

 

Zeven dagen per week en altijd voor dag en dauw op pad. Met 500 dieren en de natuur als bondgenoot, trekkend door bos en heide. Voor Stijn Hilgers (38) uit Goirle is het een way of life.

We troffen hem op landgoed De Utrecht, waar hij een groot deel van het jaar door het bos en over de heide dwaalt.

In een grote weide aan de Dunsedijk, op het einde van het bosgebied van De Utrecht, loopt hij een laatste inspectieronde. De schapen staan rustig in een groep bij elkaar en de honden Hek en Raster hebben weinig moeite om de grazers bijeen te houden.‘Ze hebben zich vandaag prima tegoed kunnen doen aan het pijpenstrootje,’ wijst Stijn. ‘In het gebied tussen Flaes en Goorven krijgt de heide na vandaag weer meer ruimte om zich te ontwikkelen.’

Het is deze vorm van ecologisch groenbeheer die hij nastreeft.‘De een droomt ervan brandweerman te worden, de ander politieagent. Ik droomde er altijd van om buiten te zijn en iets voor de wereld om mij heen te betekenen. Toen ik twintig jaar terug begon om met een schaapskudde aan ecologisch groenbeheer te gaan doen, was dat nieuw. Nu heeft het meer navolging gekregen en kennen de mensen het begrip beter.’

Toerisme

Toch ontmoet Stijn tijdens zijn werk dagelijks mensen die het tafereel nog met verbazing gadeslaan. Als de bellen van de aanvoerders in de kudde klinken en de honden af en aan rennen om de groep in de juiste richting te sturen. ‘Er zijn veel mensen die uitspreken hoe mooi ze dit vinden, ik neem ook altijd tijd voor een praatje. Het is ook mogelijk om een dag of een deel van de dag mee te lopen. Dat levert altijd veel op: de mensen ervaren de natuur dan anders en ze zien hoe de schapen de loonwerker in het bos vervangen. Puur natuur dus.’Wie denkt dat deze herder zo maar een rondje loopt, heeft het echt mis. Als hij vertelt over de route van de afgelopen dag, gaat het over sector zes en sector zeven in het gebied. Hij weet precies hoeveel dagen zijn dieren op een bepaalde plek nog te gaan hebben en hoe lang de tussenruimte is tot hij daar weer komt.‘Afgelopen twee weken zijn we naar de natuurbegraafplaats geweest,’ legt jij uit. ‘Dat ziet er dar weer een stuk overzichtelijker uit. Het is vooral het pijpenstrootje waar de schapen trek in hebben, laat dat nou net het gras zijn dat de heide overwoekerd. Op het moment dat ik met mijn kudde op de Neterselse Heide begon, was er nog maar 1 procent bloeiende heide over. We zitten nu al weer op 30 procent en uiteindelijk mag dat nog verder groeien.’

Om ook andere verwilderde planten weg te houden, heeft Stijn in zijn kudde behalve schapen (hij maakt gebruik van het Kempisch heideschaap) ook geiten. ‘Het zijn Nederlandse landgeiten. Een oud maar ook taai ras, die vriendelijk op mensen reageren.’In de kudde van zo’n 350 schapen, waar hij op dit moment mee over De Utrecht gaat, krijgen de schapen binnenkort bezoek van de ram. ‘Ik laat de schapen in het voorjaar op de heide lammeren, daarom komt de ram wat later op bezoek. De geboortes vinden dan eind maart plaats, dan zijn de weersomstandigheden zodanig dat de lammeren zonder beschutting buiten kunnen blijven.’Maar hoe mooi het herdersleven ook is, soms gaat het gewoon mis. Net in de week dat hij een keer met zijn gezin van een korte vakantie genoot, gingen de schapen aan de wandel. ‘Mijn vervanger had de afrastering niet goed gesloten, waardoor de dames zelf het hazenpad kozen. Ik ben dan wel erg bezorgd voor zo’n moment. Ze kunnen gewassen beschadigen of een ongeval veroorzaken. Gelukkig liep het in dit geval goed af. Als iemand ooit iets te melden heeft, kan men het beste naar Den Bockenrijder gaan, daar weten ze hoe ze mij kunnen bereiken.’

Intussen kijkt hij nog een keer de kudde rond voor hij het hek van het nachtverblijf sluit. In de verte is een witte geit achtergebleven. ‘Het is de oudste uit de kudde, ze kan niet goed meer mee. Haar tanden verslijten en soms ligt het tempo van de kudde te hoog voor haar. Ja, de dieren in deze kudde kunnen oud worden. Dat vraagt soms ook de nodige aandacht, wat door de toeristen niet altijd goed begrepen wordt. Zo belde onlangs iemand de dierenambulance toen een van de schapen niet goed mee kon. Ik was net de rest van de kudde wegbrengen, om me later over het achtergebleven dier te ontfermen. Van een afstand zag ik blauwe zwaailichten: dan hebben mensen het niet goed begrepen.’

Als laatste verlaten de  honden Hek en Raster het weiland om bij Stijn in de auto te springen. De zon gaat onder en de rust aan de rand van de Utrecht neemt de schapen mee de nacht in.

Stijn Hilgers