Swiss bikemasters the hardest ATB race?
 
12 juli 2009 stond al een jaar in de agenda van mij en de fietsmaten van de Baars Bikers. In Zwitserland moest het nog een keer gebeuren, het plaatsje Kublis in Kanton Graubunden om precies te zijn: De Swiss Bikemasters. De ATB marathon was met 120 km en 5000 hoogtemeters altijd de zwaarste in zijn soort en mijn kennismaking in 1999 zit nog diep in mijn geheugen gegrift. Totaal uitgewoond finishte ik toen na 10.30 uur op mijn eerste ATB marathon.
Nu, tien jaar later hebben de Zwitsers de wedstrijd ingekort tot 105 km en zijn er nog 4400 hoogtemeters over. Toch nog voldoende om de uitdaging aan te gaan.
 
Op donderdag 9 juli komen we aan en een uur daarna zitten we al op de fiets voor een korte klim (10 km bergop). In de afdaling zijn we gretig en Jack Harbers gaat onderuit. Hij blijft balancerend hangen op een soort van vangrail naast het slingerpaadje op de berghelling.
De volgende dag besluiten we de slotklim te verkennen: 24 km omhoog naar Fideris. Uiteindelijk blijkt het een onderneming waar al 1500 hoogtemeters in zitten en mede door de zware loopstukken beseffen we dat deze training eigenlijk te zwaar is. De wedstrijd is al over twee dagen. Een voordeel is dat iedereen van de groep de tocht mee maakt, al wordt het voor sommigen al duidelijk dat ze dit deel in de eigenlijke wedstrijd niet gaan zien.
 
Op de zondagmorgen rijden we al om 6.30 u vanuit Klosters naar de start 14 km verderop. Aan de start blijkt dat de ambiance teruggelopen is t.o.v. 10 jaar terug. Waren er toen nog 3500 deelnemers, nu stopt de teller bij zo’n 1000 fietsers. Als het startschot klinkt rijden we relaxt over de streep, Henk Baars en Wim v Doormaal denken een minuut te pakken door iets later dan de anderen over de startlijn te gaan.
De klim begint over asfalt en na enkele kilometers zien we Ton Kluytmans die de eerste foto’s schiet. Als we om ons heen kijken zien we een lang lint fietsers tegen de berg omhoog kruipen. Er valt een beetje neerslag dat het omgevingsgeluid dempt, hierdoor ontstaat een bijzondere sfeer. Af en toe klinkt er een grote koeiebel, vergezeld met aanmoedigingen: hoppa hoppa hoppa. Voor de rest is het stil, doodstil.
Na 10 km is de eerste post. Ik ben op dat moment vergezeld van een aantal andere baarsbikers. Mannen als Koen van Dal, Frans Heuvelmans, Wim v Doormaal en Jan v Loon. Even later zien we Aldwin v Gils rijden, we halen hem in en samen rijden we verder. De start was op 800 meter hoogte, op 1600 meter gaat de weg over in een bergpaadje en komen we in een bosgebied. Er liggen grote boomwortels die door de regen glibberig zijn. Er is niet te fietsen en er ontstaat een opstopping. Enkele Zwitsers jakkeren buiten de rij om en winnen zo zeker 15 seconden. Geduldig wachten wij tot er weer beweging in de rij zit.
Na het bosstuk komt er opnieuw asfalt: dat lag er 10 jaar terug nog niet, de Zwitsers hebben niet stil gezeten. De laatste kilometers van deze klim gaan over een moeilijk te berijden bergpaadje. Het is glibberig en er zijn veel rotsen. Af en toe kunnen we fietsen maar we moeten ook vaak van de fiets af. Ik merk dat ik net iets makkelijker de hindernissen neem als de andere Baars bikers in mijn buurt. Ik ben voor mijn doen erg rustig gestart en boven bij de Carsina hutte aangekomen  (2240 mtr hoogte) laat ik ze achter. De afdaling is in het begin lastig door de grote stenen op het paadje. Een geluk dat we hier geen last van loslopende runderen op het parcours hebben. We passeren diverse beekjes en de ketting knarst op de grote versnelling. In rap tempo gaat het omlaag, mijn cannondale gedraagt zich goed in de afdaling al slaat de schrik mij een keer om het hart als mijn achterrem weigert. Het blijkt dat ik af en toe enkele keren moet knijpen, opmerkelijk dat zich dat net nu voordoet. Ik sluit bij een Zwitser op een volgeveerde fiets aan, moet moeite doen om bij te blijven maar het gaat wel hard.
Al snel komen we bij de Egatobel: het meest vervelende loopstuk van de wedstrijd.
Ik meende me te herinneren dat we over rotsen moesten lopen maar het blijken vooral boomwortels te zijn. Ik neem de fiets op mijn rug en kan vrij goed doolopen. Het is echt superzwaar, af en toe zijn de treden 60 cm hoog. We stijgen zo’n 250 meter, geheel lopend. Af en toe moet de fiets tussen de bomen doorgewurmd worden.
Als ik weer op de fiets kan zitten voelt dat als een verademing.
De afdaling naar Saas die volgt gaat soepel en snel, beneden aangekomen mis ik Ton Kluitmans. Ik begin vrijwel meteen aan de beklimming naar de Madrissa. De klim voert ons 900 meter hoger met tien kilometer lengte: gemiddeld 10% dus, er een weg met grotendeels asfalt. Ikhoudt het op mijn hoogtemeter enkele km bij en kom steeds zo rond de 10 procent (100 m stijgen bij 1 km fietsen). Na een kilometer zie ik Ton staan, hij staat weer te fotograferen. Er zijn zo’n acht Baars bikers voorbij meldt hij, er zit een behoorlijk gat tussen. Voor mij niet vreemd omdat ik de eerste klim erg rustig gereden heb. Ik merk dat het tempo goed te doseren is door op mijn hartslag te letten. Het lukt met om hartslag onder de 145 te houden. In één ruk klim ik naar de top van de Madrissa waar ik een korte etenspauze houdt. Ik heb geen andere Baarsbiker meer gezien.
 
De afdaling van de Madrissa is in het begin erg technisch maar daarna gaat het hard naar beneden, op weg naar Klosters. Daar is nog een vlak stukje en om 12.45 rijd ik dat dorpje binnen. Klosters blijkt later het Waterloo voor Marco Hurkmans die ziek geworden was en daar uitstapt in de buurt van ons pension.
Ik vul mijn bidons bij en ga rap beginnen aan de slotklim. Van de verkenning twee dagen eerder weet ik dat ik na 24 km op de top ben. Na enkele kilometers is de afslag naar de 75 km. Ik voel me nog erg fris en rijdt door naar boven.
Ik passeer twee mannen uit het Brabantse Chaam. We buurten wat en ze melden dat ze even tevoren enkele Baars bikers hebben zien passeren. Ik rijdt door, mijn snelheid ligt iets hoger dan die van hen.
Nadat ik de twee Brabanders gepasseerd heb zie ik een half uur aan een stuk geen enkel andere fietser. Ik twijfel of ik goed zit.
Als ik de boomgrens nader zie ik in de verte weer enkele deelnemers. Ik kan goed blijven eten en drinken en het tempo goed vasthouden. Ik herken een zwaar rotsstuk dat ik net als vrijdag maar net kan blijven fietsen. Af en toe zijn er passages waar afgestapt moet worden. Ik heb nu regelmatig een fietser voor me, telkens een mikpunt dat ik in kan halen en achter me kan laten.
Later zou Arian van der Heijden melden dat hij me hier tot op korte afstand genaderd zou zijn. Dat is opmerkelijk omdat hij dan de enige zou zijn die mij in zou halen. Vlakbij me rijdt hij echter lek, ik kijk nergens om en heb hem in het geheel niet gezien.
Bij het skistation op 1850 meter hoogte is een zeer zware asfaltklim. Ik kan maar net aan het fietsen blijven, alle anderen die ik zie lopend hier naar boven gaan. Fietsen gaat altijd nog sneller, al ligt het tempo hier maar op 5,5 kmh.
Boven aangekomen heb ik het even helemaal gehad. Het is inmiddels 14.30 uur, ik ben nu zeven uur onderweg. Ik stop even en krijg een beker bouillon aangereikt. Nooit geweten dat dit zo lekker kan smaken. Ik knap er van op, merk dat ik nu toch veel vocht aan het verliezen ben. De temperatuur was aan de start 12 graden, is nu opgelopen tot 24 graden. Als ik verder ga blijft het parcours stijgen maar zakt de temperatuur enkele graden.
Het stuk dat nu komt is toch echt het zwaarste van heel de tocht. Ik kan zo’n 3 km ver weg kijken en zie in de verte, honderden meters hoger, gekleurde stipjes met een fiets zeulen. Ik besef dat het grootste deel gelopen zal moeten worden. Af en toe kan ik een stukje op de fiets afdalen, voor de rest is het lopen. Zwaar en lopen.
Op de glibberige stukken ben ik telkens weer blij met de metalen noppen vóór in mijn schoenen. Op de stenen rotsformatie is het opletten om niet weg te glijden. Ik probeer in de verte te ontdekken of ik de Baars kleuren zie maar zie niets, het is wellicht ook te ver weg.
 
Het paadje waar we rijden is niet veel meer dan een koeienpad en ik zie nu hoe die ontstaan is. Er komen van alle kanten grote bruine runderen aan die ook net op dit moment hetzelfde pad willen gebruiken. Er ontstaat een file met een hele kudde koeien en daar tussen drie atb’ers. De dieren lopen rustig in de richting van een stal, ze hebben in het geheel geen haast. Ik kijk of ik kan passeren maar dan gaat mijn telefoon.
Het is Marian vanuit NL. Of ik er al ben?
Nee, nog niet en als het niet verandert duurt dat nog wel een tijd. Ik schat het op een half uur maar later blijkt dat iets te optimistisch. Ik sla enkele koeien op hun achterwerk en passeer ze als ze omkijken. Een andere deelnemer heeft er meer moeite mee en blijft vol ontzag midden in de kudde achter. Ik passeer en rijdt verder, de weide uit, achter de stallen van een klein boerderijtje langs en weer verder.
 
De koeien blijven achter en de tocht gaat verder.
 
Heel in de verte zie ik een punt dat wel eens het hoogste punt zou kunnen zijn. Mijn hoogtemeter geeft aan dat ik al ruim boven de 2100 meter zit dus dit zou kunnen. Het laatste stukje is opnieuw afwisselend fietsen en lopen en boven moet ik toch echt even uithijgen. Op mijn hartslag heb ik maar even niet meer gelet.
Boven staan twee dames, de een heeft stukjes meloen, de ander stukjes banaan. Ik zuig het naar binnen, het voelt als levenselixer. Ik was even geheel leeg, voel me weer opknappen. Ik trek de mouwstukken omlaag en begin aan de afdaling. Het eerste stuk daalt nog niet sterk, er liggen veel rotsen en koeievlaaien op de weg. Ik stuiter iets te hard op een passage bij een beekje af, kan maar net corrigeren. Opletten houd ik mezelf voor, in deze fase geen fouten maken, zou jammer zijn.
De daling wordt steiler en het tempo neemt evenredig toe. De rotsachtige ondergrond gaat over in gravelpaden en het gaat werkelijk superhard naar beneden. Ik blijf steeds staan op de pedalen en merk dat de cannondale enorm goed te sturen blijft. Ik had de vering best wel hard opgepompt (10 bar) en merk nu dat dit een goede keuze was. Doordat ik met binnenbanden rijdt moet ik ze redelijk hard laten wat weer wel een nadeel is bij het afdalen, hierdoor stuitert de fiets iets.
 
Na enkele kilometer kom ik bij de boomgrens, het is weer een geheel andere sensatie om hier tussen naar beneden te denderen. Ik zou graag op mijn teller kijken maar kan dat echt niet vanwege de snelheid. Ik moet mijn ogen tot spleetjes knijpen om bij dit tempo geen vuil in mijn ogen te krijgen.
Het afdalen is een echte sensatie, ik schat dat ik zeker 20 km aan een stuk daal. Op het laatst zit er nog een technisch stukje door een stuk bos in, daarna nog enkele km verharde weg.
De laatste twee korte beklimmingen rijd ik nog 4 man voorbij, het lijkt alsof ze stilstaan. Ik heb nu het gevoel dat ik superbenen heb, ik durf nu ook geheel voluit te aan. Als ik de finish in het zicht krijg staan een zevental Baars bikers me op te wachten. Ongelofelijk wat is dit een sensatie. Ik ben moe, niet kapot maar de laatste 50 m naar de finish zou ik zo nog emotioneel kunnen worden. Ik zie dat de wedstrijdklok 8 u en 33 min aangeeft. Ik ben vanaf Klosters maar door één persoon ingehaald (een Nederlander uit Chaam) die ik later zelf weer passeerde.
Als ik later bij de anderen kom blijkt Janco Cornelissen nog maar 4 minuten binnen te zijn: dat had ik moeten weten.
Ik hijg uit op het gras voor de laatste bocht en telkens als we de Baars kleuren zien schreeuwen we onze maten over de finish. Hier deden we het voor, dit is het ultieme gevoel. Alle trainingskilometers en voorbereidingstochten. Ieder heeft zijn eigen verhaal en er wordt gretig naar geïnformeerd. Jack, Rik, Roel en Henk zijn dicht bij elkaar gefinisht. Rob van Gestel en Jan Willem Heidmeier waren de snelste van onze groep, Rob is zelfs tweede Nederlander na Bas v Dooren.
Na enige tijd zijn alle Baars bikers binnen en wordt het rustiger bij de finish. Ik loop naar de jury die al aan het opruimen is. Tot wanneer kan er gefinisht worden?
Ik krijg te horen dat er nog twee renners in koers zijn. Wij missen er nog twee: Harrie van Hees en Cornee de Brouwer.
Henk rijdt hen tegemoet en reikhalzend kijken we naar ze uit. Na meer dan 10,5 uur zien we ze komen. We schreeuwen ze de laatste bocht door, zien dat ze met een brok in de keel finishen. Voor Harrie is het zijn eerste marathon, Cornee deed er ooit langer dan 12,5 uur over.
Nu is iedereen binnen en heeft iedereen zijn verhaal. Jasper en Leon zijn blij dat ze de 75 km haalden, voor enkele anderen was de afslag naar de 75 km een onvermijdelijke keus omdat het toch wel echt heel zwaar was.
Ikzelf heb 4250 hoogtemeters op de klok staan en 104,5 km.
Op de teller van mijn polar staan maar 97 km. Betekent dit dat ik zo’n 8 km gelopen heb?
We besluiten maar met het busje terug naar Klosters te rijden. Enkelen van de groep rijden de 14 km lange klim toch weer met de fiets terug: chapeau.
Of we Swiss bikemasters nog terug zien?
Wie weet……
 
105 km:
73        Rob v Gestel (Diessen)                          6.47
131      Jan-Willemn Heidmeier (Tilburg) 7.32
154       Jack Harbers (Diessen)                         7.45
155       Henk Baars(Diessen)                            7.46
157       Rik Lagendijk (Baarschot)                      7.48
166       Roel van Gils (Haghorst)                        7.53
200       Janco Cornelisse (Spoordonk)                8.29
205       Harrie Wenting (Hulsel)                         8.33
225      Koen v Dal (Diessen)                             8.57
238       Frans heuvelmans (Diessen)                  9.09
239       Arian van der Heijden (Hilvarenbeek)       9.09
246       Cornee v Wijk (Tilburg)                          9.16
247       Hans Jorissen (Dongen)             9.17
253       Wim v doormaal (Diessen)                     9.26
276       Harrie v Hees (Hilvarenbeek)                  10.49
277       Corne De Brouwer (Diessen)                  10.49 
75 kilometer:
584       Jan v Loon (Lage Mierde)                       7.32
585       Aldwin v Gils (Hilvarenbeek)                   7.32
610       Peter Timmermans  (Diessen)                7.50
621      Jasper Stadegaard (Oirschot)                 7.50
629       Leon Peeters (Hilvarenbeek)                  8.05