Verloren dagboek boven water

Wilma van Laarhoven overhandigt oorlogsdagboek

Mei 2018

23 burgers bleven achter in vergeten schuilkelder

Reusel – Bij de dodenherdenking op 4 mei gaat Wilma van Laarhoven (81) het dagboek dat haar vader Walter in 1944 schreef, overhandigen aan de heemkunde. Ze zal er een passage uit voorlezen, maar makkelijk zal dat niet zijn voor haar, omdat ze zelf ook in het verhaal voorkomt. Samen met 22 anderen zat ze vijftien dagen opgesloten in een verlaten Reusel, nadat de burgers geëvacueerd waren. Door miscommunicatie waren de bewoners die schuilden bij Schoolstraat 161 A niet gewaarschuwd.

,,Angst, zo veel angst heb ik er gehad. Ik heb geen enkele nacht op het matras tussen de andere kinderen gelegen, ik kroop steeds op de knie van een van de volwassenen.”

Wilma van Laarhoven is nog zeer actief en geniet van veel mooie dingen in het leven. Maar ergens in haar achterhoofd bleef altijd een stemmetje, dat haar waarschuwde voor naderend onheil.

,,Dan hoor ik de voetstappen van soldatenlaarzen over het luchtrooster en de V-I in de verte. ‘Zo lang je ze hoort vliegen is er niets aan de hand,’ zei moeder dan. Maar kort na de bevrijding sloeg er 300 meter van ons huis toch eentje in en lag opnieuw al het glas aan diggelen.”

Het verhaal van de schuilkelder begon in de dagen voor 17 september 1944. Walter van Veldhoven overlegde met de buren De Louwere en Jansen en ze zijn het erover eens dat de kelder onder het huis van Van Veldhoven het meest geschikt is als het mis gaat. En het gaat mis.

Op 17 september naderen de Engelsen en de drie buurfamilies duiken onder in de grote kelder. Vijftien kinderen en acht volwassenen. Zolang het huis er nog staat, kunnen ze naar boven om spullen en etenswaren te halen, maar naarmate er meer wordt gevochten gaat dat moeilijker.

,,Er lag een grote voorraad aardappelen, waar matrassen voor de kinderen op lagen,” weet Wilma nog. ,,Voor de volwassenen was er niet meer ruimte dan een stoel, daar moesten ze ook op slapen.”

Behalve etenswaren had vader Walter ook een pen en een schriftje meegenomen, daar beschreef hij nauwgezet wat er gebeurde. Het schriftje met 35 bladzijden werd tot de laatste regel in keurig handschrift vol gepend. Het levert een relaas van de strijd om Reusel op, van dichtbij gevolgd. Als een volleerd oorlogsverslaggever beschrijft hij wat hij ziet en hoort.

,,Het dagboekje kwam na de oorlog bij mijn zus, waar het verloren ging,” vertelt Wilma. ,,Gelukkig kwam het weer boven water en mijn broers vonden dat het bij Reusel hoorde, omdat ik daar bleef wonen kwam het bij mij.”

Op vrijdag 4 mei is er na de kranslegging en de last post op het Kerkplein in Reusel, de overhandiging van het dagboek aan de Heemkunde werkgroep. Wilma daarover: ,,Ik lees er nog een passage uit voor, daarna is het goed om het daar te laten bewaren. Het is een stukje van mijn geschiedenis, maar ook een stukje van de Reuselse geschiedenis.”

 

 

22 september. Ik kan het niet uithouden en ga op verkenning uit. Het ziet er lelijk uit in de Schoolstraat. Daar valt er de eerste granaat op +  op 300 m van ons huis en komt terecht bij Schuit. Daar waren de kinderen nog buiten, met het noodlottige gevolg dat er twee menschen gedood en de vrouw een granaat scherf in haar buik kreeg. Tegenover de pastorie is er een vreselijke ontploffing als een boer uit Hooge Mierde met zijn paard en kar mijnen vervoerd. Het paard was geschrokken en steigerde, met gevolg dat er een paar mijnen van de kar vielen. De uitwerking was vreeselijk. Man, paard en wagen vliegen de lucht in, er wordt niets meer van hen terug gevonden, dan een bil van het paard, die op de kerk lag.

 

25 september 7.30 u. Ik kan het bijna niet meer beschrijven, het is precies alsof het huis boven onze hoofden wordt weggeschoten. Van alle kanten slaan de granaten in, het duurt weer een uur. Daarna proberen we toch wat te eten, maar het wil niet door de keel. Kwart voor elf begint het weer. Het is voor ons bijna niet meer uit te houden, we kunnen ons voorstellen hoe iemand gek kan worden van angst. De aanval duurt ¾ uur.

 

30 september. Hoe komen we aan eten? We zullen proberen in de tuin een konijn te vangen. Er loopen er genoeg, maar kunnen er geen krijgen. Bij Hansen rapen we vlug een mand appels en peren. In de verschillende huizenvinden we nog een fles zult, 1 fles vlees, 2 kaarsen en 5 pakjes koffie-surrogaat. O wee, daar zien we weer 5 Duitsers komen. Ze staan op hun gemak een appel etende naar hun doode kameraden te kijken, die hier voor de deur liggen. De moed zakt ons in de schoenen.