Hoe Napoleon n de Kempen terecht kwam
Krant uit 1815 in geheime kluis pastorie gevonden.
februari 2026, terug in de tijd

de pastorie waar de oude krant in het jaar 2000 gevonden werd
Hooge-Mierde/Rusland/Parijs.
Ze zijn er nog steeds: van die stoffige archieven waarvan slechts een enkeling weet dat ze bestaan en die geduldig liggen te wachten tot het moment dat ze ontsloten worden. Soms is het dichter bij dan je denkt!
Verscholen achter de dikke ijzeren deur van een kluis in de pastorie van Hooge Mierde lag jarenlang onopgemerkt een oud archief. In december 1999 was Heemkunde liefhebber Simon Dickens op bezoek in het historische pand aan de Torendreef, nadat het leeg was komen te staan door het vertrek van de laatste pastoor, de Vietnamees Nguy en Duc Minh. De vondst van de kluis betekende nog niet dat Dickens, tevens lid van het plaatselijke parochiebestuur, zich over de inhoud kon ontfermen. De zoektocht naar de sleutel nam nog enige tijd in beslag maar uiteindelijk kreeg hij inzage in een uniek stuk historie van Hooge Mierde en de Kempen. Zes mappen met historische documenten en een map die gedeeltelijk klaar was: alsof er nog aan gewerkt werd. Een dik kerkregister en vele enveloppen met ongeordende stukken. Documenten uit de achttiende en negentiende eeuw met transportakten, huurcontracten: zelfs een pachtcontract uit 1600: tussen pachter Jan Vervoort de jonge en de abdij van Postel inzake de hoeve annex bierbrouwerij op de Schaepsdijk te Lage Mierde. Het oude materiaal, werd bewaard en bijeengebracht door de diverse opeenvolgende Hooge Mierdse pastoors. Pastoor Muselaers (1890-1960) vervulde daarbij een cruciale rol voor het archief omdat hij serieus werk maakte van het ordenen en archiveren van de gegevens die hij van zijn voorgangers aantrof. Naast alle kerkelijke en plaatselijk gerichte plakkaten belandde er ook een krant uit 1812 in het archief van de parochie H.Johannes Evangelist. De vergeelde krant met als kop <I>Prefecture<I> is gericht aan het <I>Departement des Bouches du Rhin<I>. Het vermeld de vorderingen van het Franse leger dat op dat moment ver weg in Siberie een poging deed om Rusland te veroveren en te onderwerpen. Het 29-ste bulletin De la Grande Armee kwam uit op 3 decembber 1812, een cruciaal tijdstip zo blijkt......
Molodetschno, 3 december 1812
‘Tot de zesde november is het weer volmaakt schoon geweest en ging de beweging van het leger met goed gevolg voort. Op de zevende begon de kou en van dat ogenblik af aan hebben wij elke nacht enige honderden paarden verloren, welke ‘sachts in het bivak van koude stierven. Te Smolensk aangekomen hadden wij reeds een ontzagelijke menigte paarden, tot de ruiterij en artillerie behorende, verloren. De Russische armee van Volbyrien stond aan de rechter zijde tegenover ons; onze rechtervleugel week van de linie op Minsk af en nam de weg van Warschau tot de spil van haar operatie. De keizer vernam te Smolensk deze verandering van richting en voorzag wat de vijand doen zou. Hoe hard het hem ook scheen om in zulk een streng seizoen zich in beweging te stellen, de stand van zaken noopte hem daartoe. Hij hoopte bij Minsk, of ten minste bij de Beresine te zijn, voordat de vijand er aankwam. Napoleon vertrok op de dertiendede november van Smolensk en overnachtte de zestiende te Krasnoi. De koude, die de zevende november begonnen was nam snel toe en de thermometer ging naar veertien tot achttien graden onder het vriespunt. De wegen waren met ijzel overdekt en de cavalerie- en artilleriepaarden stierven niet bij honderden maar bij duizenden. Meer dan 30.000 paarden kwamen in korte tijd om. De gehele cavalerie werd geraakt: men moest te voet verder en de veldtros was zonder voorspan. Een groot gedeelte van de kanonnen, oorlogsmaterieel en proviand moesten vernield en verbrand achter gelaten worden.Het leger dat op de zesde november nog zo gaaf was, is in acht dagen tijd sterk van gedaante veranderd: zonder een slagvaardige cavalerie, zonder artillerie en zonder veldtros, zodat er geen kwartier van veldontdekkers vooruit gestuurd kon worden. Zonder artillerlie durfde het leger het niet aan om een veldslag te wagen en de vijand manmoedig tegemoet te treden.’
De pastoors van Hooge Mierde hebben de geschiedenis van het kerkdorpje voor een belangrijk deel mede bepaald. Wie er pastoor mocht zijn in het Hooge Mierdse, werd vanaf het begin van de dertiende eeuw bepaald door de abdij van Floreffe, een besluit dat in 1212 door de paus bekrachtigd werd. In het jaar 1265 is er echter een geschil tussen de abdijen van Averbode en Floreffe met toch weer de inzet benoeming van de pastoors in de Mierden. Er kwam een compromis waarin stond dat Averbode en Floreffe hem beurtelings mochten benoemen. Toen in het jaar 1473 de parochies van Hooge- en Lage Mierde gescheiden werden, werd bepaald dat de abdij van Floreffe de pastoor van Lage Mierde mocht benoemen, terwijl die van Hooge Mierde benoemd werd door de witheren van Averbode. Hooge Mierde kende door de eeuwen heen vele pastoors: in de laatste twee eeuwen waren dat er precies 13. Van een aantal van hen is bekend dat er markante persoonlijkheden bij waren: dat moet ook welhaast want wie kwam er in de zeventiende of achttiende eeuw nu op het idee om een archief aan te leggen voor een latere generatie?
Naar alle waarschijnlijkheid was het pastoor C. Philips (pastoor van 1801-1819), geboren te Epen, die de oude krant uit 1812 in zijn bezit had en voor het nageslacht bewaarde. Had deze pastoor bijzondere contacten waardoor hij aan een krant van de Prefecture kon komen? Hield hij vanaf de kansel zijn parochianen op de hoogte van de vorderingen van de kleine Generaal Napoleon? We zullen het nooit echt te weten komen maar het is wel duidelijk dat door de vondst van de vergeelde krant de link gelegd werd tussen het dorpse leven en de wereldpolitiek in de achttiende en negentiende eeuw.
Franse taal.
De krant Bulletin de la Grande Armee is tweetalig, waarmee de franse invloed in Nederland en vooral de Kempen onderstreept wordt: De linker zijde van de krant is in het Frans en de rechter zijde in het Nederlands. Het verhaal van de veertiende november gaat op de linker bladzijde als volgt verder:
Il faillat marcher pour ne pas, tre contraint a une bataille que le defaur de munitions nous empechait de desirer; il falait occuper un curtain espace pour nr pasetres tournes et cela surs cavalerie qui eclairat les colonnes. In bovenstaande zinnen wordt duidelijk dat men voorwaarts moest trekken om geen slag te hoeven leveren. Door gebrek aan verdedigingsmiddelen kon het gehavende Franse leger zich op dat moment niet verweren en was het kwetsbaar. Men moest een geschikt terrein hebben om niet omsingeld te kunnen worden en daarnaast was het zaak om de colonne in de juiste richting te blijven sturen.
Oud taalgebruik
Het 29-ste bulletin der Grande Armee van de Fransen is geschreven in een spelling die in die tijd gebruikelijk was. Door alle aanpassingen in spelling die de Nederlandse taal de laatste tweehonderd jaar doorgemaakt heeft, is het een geschrift dat in oorspronkelijke staat maar moeizaam te lezen is. Om toch een indruk te krijgen van het geheel volgt hierna het verhaal verder in dezelfde bewoordingen zoals het in de oude krant staat. Opgemerkt dient te worden dat er iets mis was met de letter -s- op de drukkerij.
‘Deze moeijelijkheid gevoegt bij eene allergeftrengfte en fchielijk opgekomen koude maakte onze toeftand allerneteligst. Die menschen welke de natuur niet genoegzaam gehard had, om boven al de kanfen van het lot en des voorfpoeds verheven te zijn fcheenen allerneerslagtigs te wezen verlooren hunne vrolijkheid en goed humeur en zagen niet anders dan kwaade voorfpellingen en aannaderende onheilen voor ogen.’
Napoleon als wereldveroveraar
De in 1769 op Corsica geboren Napoleon Bonaparte, klom in het Frankrijk ten tijde van de revolutie snel op naar de militaire top. In 1793 was hij kapitein in het leger en na een miraculeuze ontsnapping aan een Engelse blokkade in Egypte, kwam hij in triomf naar Parijs waar hij hoofd van alle binnenlandse troepen werd. In 1804 kroonde hij zichzelf tot keizer en in zijn expansiedrift maakte hij de omringende landen van Frankrijk tot vazalstaten: ook Nederland kwam vanaf 1806 onder de Franse invloed en in 1810 werd het hele koninkrijk Holland geannexeerd. Toen in 1812 Tsaar Alexander zich wilde onttrekken aan eerder gesloten verbond over het continentale stelsel trok Napoleon ten strijde naar Rusland. Het grote leger ging er ten onder aan kou en ontberingen en de Keizer vluchtte terug naar Parijs waar hij opnieuw troepen verzamelde waarmee hij de Pruisische en Russische legers toch weer overwon. Een jaar later leed hij bij Leipzig echter een beslissende nederlaag. Na een kortstondige terugkeer kreeg de Fransman in het Belgische tenslotte zijn Waterloo. Op zijn vlucht over de zee werd hij onderschept door de Engelsen die hem op vakantie naar Elba stuurde waar hij in 1821 stierf.
Epiloog.
De passage van de rivier de Beresina op 26 november 1812 werd een ramp voor het Franse leger. De russen hadden alle bruggen bezet waardoor de Fransen twee noodbruggen moesten maken om over te kunnen steken. Toen dat gelukt was moest een brigade achterblijven om de bruggen te vernietigen. Op weg om de eigen manschappen in te halen ging deze achterhoed later een verkeerde weg in en viel in handen van de kozakken: 2000 man infanterie, 300 ruiters en twee stukken geschut werden in de pan gehakt door de russen. Op de 28-ste november wilden de Russen doorstoten en de rechter vleugel van het Franse leger aanvallen. De hertogen van Eichingen, Reggio en Travife wisten echter wanorde te zaaien bij de Kozakken en maakten 6000 krijgsgevangenen, overmeesterden twee vaandels, en zes kanonnen. De Hertog van Reggio werd gewond door een kogel in zijn zijde. De Fransen waren weer even meester van het slagveld en de 29-ste november trokken ze verder richting Wilna. Rusten, de gewonden verzorgen en nieuwe paarden zien te bemachtigen was de eerste prioriteit. In al het krijgsgeweld bleef Napoleon temidden van zijn manschappen marcheren. De Hertog van Istrie commandeerde de kavalerie en de Hertog van Dantzjck de infanterie. Na de hergroepering trokken de Fransen verder Rusland in: de winter en de ondergang tegemoet.
Tot in de eeuwigheid
Na de vondst van het Hooge Mierdse archief heeft Simon Dickens zich over de inhoud ontfermt en op dit moment is hij nog bezig om het werk van wijlen pastoor Muselaers af te maken: het ordenen en rubriceren van de laatste map, waar Muselaers door zijn plotselinge dood niet meer toe gekomen was. Heemkundegroep De Mierden wil alle gegevens uit het archief in de toekomst kopieren en digitaal toegankelijk maken zodat ook het nageslacht mee kan kijken naar dat wat er ooit was.
Bronnen: Heemkundetijdschrift Steen voor Steen; 29-ste Bulletin de la Grande Armee van het Departement Des Bouches Du Rhin.