Wout van Oostrum blikt terug op roerige tijd in de landbouw

Januari 2026


Hilvarenbekenaar Wout van Oostrum (83) zag als rentmeester en adviseur in de landbouw in de naoorlogse periode de landbouw groeien om alle monden in Nederland te kunnen voeden. De hongerwinter zat nog in het collectieve geheugen en er moest gewerkt worden. Maar toen er in de jaren tachtig een boterberg ontstond en Brabant te klein bleek voor tal van boeren, begeleidde hij gezinnen bij bedrijfsverplaatsingen naar elders in Nederland. Nu de quotering van de melk weer afgeschaft is en met name de veeboeren massaal stoppen met hun bedrijf, kijkt hij hoofdschuddend naar de gevolgen. Naar de lege stallen en de omschakeling naar de landbouw waardoor er meteen weer een overschot aan gewassen als aardappelen ontstaat.
Iedereen die terugblikt op zijn leven kan dat doen met tevredenheid en trots of met weemoed en verlangen. Voor Wout van Oostrum geldt alles in meer of mindere mate, maar het positieve overwint. Hij schreef eerder al een boek over zijn werkzame leven (Mijn weg over het platteland) waarbij hij met name terugblikt op de bedrijfsverplaatsingen van tal van gezinnen. Een van die verplaatsers was Coron van den Hout uit Lage Mierde die met zijn vrouw Colien in Lage Mierde en Diessen twee melkveebedrijven runde en dat alles inruilde tegen hun nieuwe uitdaging in Nieuwvliet (Zeeland). De Van den Houts breidden hun veebedrijf tot ruim 200 melkkoeien en ze hebben het tot op de dag van vandaag prima naar hun zin daar.
Als Wout nu in zijn huis aan het Laag Spul terug kijkt op zijn leven, ligt daar naast zijn eigen boek ook het boek Eerlijke Verhalen op tafel waarin boer en burger aan het woord komen. Een van die verhalen gaat opnieuw over Coron en Colien van den Hout die hun succes in Zeeland mede aan de inspanningen van Wout te danken hebben.
“Mijn rol in die bedrijfsverplaatsingen kwam voort vanuit mijn rol als rentmeester, waarin ik terecht kwam nadat ik jaren bij het ministerie van landbouw werkte,”  blikt hij terug.
Nadat het Wout duidelijk was dat hij de boerderij van zijn ouders in Someren niet voort kon zetten (een broer van hem nam het bedrijf over), wilde hij wel verder in de landbouw. Via studie aan de hogere bosbouw en cultuurtechnische school, kwam hij te werken bij de Heidemij. Van daaruit kreeg hij te maken met grote ruilverkavelingsprojecten, zoals die in de Zaligheden. Kleine landbouwpercelen konden bijeen gevoegd worden en door bedrijven uit dichte gebieden te verplaatsen naar locaties met meer ruimte, kon hij veel voor de Kempische boeren betekenen. Een van de boerenbedrijven die eerder al door de ruilverkaveling verplaatst was, was het bedrijf van de familie Bleys in Netersel. Ze waren vanuit het dorp naar het buitengebied verplaatst, maar toen Wout hen begin jaren negentig tegenkwam, lag het bedrijf opnieuw in de verdrukking. Nu was het de oprukkende natuur van de Neterselse Heide die voor belemmeringen zorgde. Wil en zijn vrouw Cor Bleys waren zich al aan het oriënteren in Noord- Nederland, toen Wout hen attent maakte op een mogelijke nieuwe locatie in Zeeland in het plaatsje Vogelwaarde. Nadat ze met hem daar gingen kijken waren ze snel verkocht en tot op de dag van vandaag heeft die familie Bleys er een goed lopend melkveebedrijf. Dit wordt inmiddels gerund door hun zoon, mede omdat het met de gezondheid van Wil op dit moment iets minder goed gaat.
Een Beeks voorbeeld van een mooie bedrijfsverplaatsing dat hij begeleidde zijn de bedrijven van de neven Erwin en Frank van den Broek.
Wout over de ontwikkelingen in de landbouw: “De kaalslag onder de melkveeboeren had ik ook niet voorzien. Ik herinner me nog mijn gesprekken met toenmalig minister van landbouw Gerrit Braks. Hij gaf dertig jaar terug al aan dat het onverstandig zou zijn om de door hem ingevoerde quotering van de melk (in 1984 ingevoerd) af te schaffen, maar het gebeurde toch in 2015. Mede doordat de veeboeren ongebreideld uit gingen breiden steeg de melkproductie in korte tijd met ruim 20 procent. Hierdoor ontstond er al snel een ander probleem, een teveel aan mest, wat met het invoeren van fosfaatrechten binnen de perken zou moeten blijven. Maar de overlast die de uitstoot van rundveebedrijven geeft, lijkt de sector nu de kop te kosten en de boeren zelf zijn het kind van de rekening.
Maar wout, die inmiddels al ruim 58 jaar samen is met zijn vrouw Wil, weet hoe de hazen lopen en hij heeft er vertrouwen in dat er uiteindelijk een gezonde boerenstand over zal blijven. “Nederlandse boeren zijn nog steeds in staat om naar het buitenland te exporteren, mede daardoor zit het met hun rol in de voedselvoorziening wel goed,” zegt hij.
Ook zien steeds meer agrariërs perspectieven in de biologische landbouw, al of niet gecombineerd met een landwinkel of een zorgtak, waarin mensen met een beperking of de ouderen prachtige kansen krijgen.
Als hij vanuit zijn keukentafel naar buiten kijkt, nog steeds met zijn boek Mijn weg over het platteland voor zich op tafel, weet hij dat voor hem de cirkel rond is. Hij heeft zijn bijdrage aan de landbouw en de inrichting daarvan geleverd en laat de toekomst graag aan al diegenen die nu aan het roer staan.
Een eerder verhaal over Coron en Colien van den Hout is ook te vinden op deze website (zie boeren met alternatieven)