November 2022

Jarenlang maakte Reuselnaar Harrie Coppens (74) fietsreizen over de hele wereld. Hij legde daarbij niet alleen vele kilometers af, maar verkende ook zijn grenzen. Door zijn avonturen te vertellen wilde hij graag anderen inspireren om dat ook te doen. Maar nu hij de gevreesde ziekte ALS onder de leden heeft, is terugkijken op die mooie reizen het enige wat hij nog kan doen. In een serie verhalen neemt hij de lezer mee terug naar zijn avonturen.

deel 7: De Alpenpassen in Zwitserland (2003)



In de aanloop naar een tocht over meerdere bergpassen in Zwitserland en daarna ook nog Italië was er de nodige tegenslag. Harrie had een blessure aan zijn kuit die hem een tijd van de fiets hield. Het geplande vertrek moest hierdoor enkele keren uitgesteld worden. Maar op 23 augustus 2003 zette hij toch koers naar de Zwitserse bergen om er tien dagen te fietsen.

"Ons eerste doel is de Furkapas, die we gebruiken om op de eerste dag in te fietsen. Ik ben weer samen met Gerard Verhoeven uit Terneuzen op pad en met zestien kilometer klim (+ 1000 meter) is deze eerste klim nog goed te doen.
Maar de volgende dag begint het pas echt met de Sustenpass (2224 mtr) en Grimselpass (2165 km). Hierna volgt ook nog de Nufenenpas die met 2478 mtr de hoogste te berijden pas van Zwitserland is. Maar als we boven op de top staan begint het te regenen en niet zo'n beetje ook. We hebben te weinig warme kleding bij en het is vooral bibberen bi de afdaling. We hebben voor ons dan nog het toetje van de dag te gaan met de klim van de Gotthardpas. Als we daaraan beginnen is het droog, maar kort daarna begint het ook daar te regenen. Totaal verkleumd en onderkoelt komen we s avonds om 19.00 uur aan bij ons hotel. Met 164 kom en vier passen boven de 2000 mtr hebben we onze koninginnenrit al gehad.
De volgende dag volgen de Oberalppas (2044 mtr) en Lukmaierpas (1920 mtr) elkaar snel op. Als laatste van de dag nemen we opnieuw de Gotthard, maar nu van een andere zijde. Het is met kasseien geplaveid en heeft 45 haarspeldbochten. 
Bij het vinden van een slaapplek moeten we improviseren waardoor we de volgende dag pas later op pad zijn. Vanuit Davos rijden we naar de Fluelapass (2383 mtr) en bij de afdaling komen we dor het Middeleeuws ogende dorpje Zuoz met veel nauwe straatjes. Hier begint de klim naar de volgende uitdaging op onze route, de Albulapass (2312 mtr) is een rustige klim van 14 km met een max stijging van 12%. De beloning is een afdaling van wel 35 km waarna we na 130 km de dag afsluiten.
De volgende dag beginnen we met een klim van 35 km naar de Julierpas (2284 mtr)met uitzicht op besneeuwde berghellingen. De Majolapas die we er meteen achteraan fietsen is maar iets hoger, waarna een lange afdaling volgt waarbij we opnieuw de Italiaanse grens passeren. Met een temp van 30 graden beklimmen we vervolgens de Splugenpas waarna we na een afdaling met 162 km de dag afsluiten.
Op de vierde dag rijden we een korte klim in Lenzerheide, waarna we verplaatsen naar Santa Maria. Dit is een grensplaatsje Italie/Zwitserland met 350 zielen. Als we de volgende dag vertrekken voor het vervolg van onze toer regent het en horen we dat er boven de 2000 meter zelfs sneeuw verwacht wordt. Omdat de eerste klim naar de Ofenpas op 2149 mtr ligt kunnen we dat meteen controleren. Onderweg valt de sneeuw mee, maar de regen is er zeker wel.
Als we de volgende dag vanuit Bormio vertrekken naar de voet van de Stelvio staat ons een grote verrassing te wachten. De berg is voor deze ene dag per jaar afgesloten voor auto's en daarmee enkel het domein voor fietsers. Dat er dan meteen duizenden op afkomen hadden we niet verwacht. Met 2757 mtr is dit de hoogste pas uit onze trip. Er liggen 48 haarspeldbochten op ons te wachten. Het panorama is overweldigend en onderweg zijn er zelfs verzorgingsposten ingericht. Boven de 2400 meter voel ik dat de lucht ijler wordt en in de verte zie ik de weg alsmaar slingeren. Boven maken we snel een foto bij de gedenksteen van Fausto Coppi en dalen weer meteen af. Als toetje van de dag beklimmen we nog de passo di Foscagno (2291 mtr) en de  Passo D'Eira (2209 mtr). Via een tunnelgalerij en langs Livigno komen we nog over de Ofenpas (2149 mtr) waarna de finish in Santa Maria weer in zicht komt. 
Op de voorlaatste dag moeten we starten met een bezoek aan een medische post omdat ik door een wesp gestoken ben. Hierdoor beginnen we pas rond de middag met de klim naar de Cambrena gletsjer. Het heeft s nachts gesneeuwd en het uitzicht is hierdoor erg idyllisch. Hierna volgt de beklimming naar de Forcola di Livigno.
Op de laatste dag van de trip blijven we geheel in Italië en beginnen met de Passo di Mortorolo. Dit is altijd een van de zwaarste beklimmingen in de ronde van Italië met een max stijging van 25% (gemiddeld 11%). Hierna pikken we ook de Gavia nog mee (2621 mtr). Uiteindelijk leggen we deze dag ook 165 km af met een totale hoogteverschil van 3750 meter.
Uiteindelijk hebben in deze trip meer dan twintig passen boven de 2000 meter beklommen waarmee we het mooie Alpengebied met een gerust hart achter ons kunnen laten.