November 2022

Jarenlang maakte Reuselnaar Harrie Coppens (74) fietsreizen over de hele wereld. Hij legde daarbij niet alleen vele kilometers af, maar verkende ook zijn grenzen. Door zijn avonturen te vertellen wilde hij graag anderen inspireren om dat ook te doen. Maar nu hij de gevreesde ziekte ALS onder de leden heeft, is terugkijken op die mooie reizen het enige wat hij nog kan doen. In een serie verhalen neemt hij de lezer mee terug naar zijn avonturen.

Deel 3: Geen 100, maar wel 120 bergen in de 100 colstocht (1998)

Als het rijden van een meerdaagse wedstrijd of een toertocht tot wel 1200 kilometer nog niet genoeg is, ligt er nog een andere uitdaging voor de mest fanatieke sporter, waartoe Harrie Coppens zeker toe gerekend mag worden: de 100 colstocht. Het zijn niet toevallig een aantal Nederlanders die de tocht in kaart gebracht hebben (de club RTC Domstad uit Utrecht) en het is werkelijk geen kleinigheid om dit te volbrengen. Het is een route langs en vooral over 100 bergen (cols) in Frankrijk en het totaal aantal hoogtemeters dat overwonnen moet worden is 3 x een tour de France: 58.000.
Natuurlijk kon ook deze tocht niet op Harrie zijn palmares ontbreken.
"In het voorjaar van '98 maakte ik samen met Gerard Verhoeven een begin met de 100 colstocht. We rijden met de auto naar het plaatsje Saverne in de Elzas (Fr), waarna we per fiets verder gaan. In dit eerste deel rijden we in enkele dagen 1115 kilometer en bedwingen daarbij maar liefst 40 bergen. Na elke beklimming halen we een stempel in een aangegeven hotel in de omgeving van de top.
Het is een jaar later (2019) dat we een vervolg kunnen geven aan onze onderneming, nu is ook Theo Panken aangesloten. We rijden nu via de Vogezen en het plateau van Langres naar Bourgogne en de Beaujolais. Hier liggen zoveel bergen, dat we in honderd kilometer soms wel acht beklimmingen hebben!
Hierna gaan we via het centraal Massief (met de Puy Marie met 15%) in de richting van de Pyreneeën. De ene berg is nog langer dan de andere en ook nog steiler dan de andere. Velen spreken vaak over de gevreesde Tourmalet, maar zelf vond ik de Col de Perguere erger: met een stuk van ruim vier kilometer lengte en een stijging van 18%. Als je dan weet dat we volle bepakking meezeulen, dan weet je dat je het niet voor niets krijgt.
Weer een jaar later (2000) vertrekken we voor het laatste deel van onze monsterklus. Ik ben nu opnieuw alleen met Gerard Verhoeven, Theo had redenen om nu niet mee te gaan. We starten in de Pyreneeën nabij Montpelier, waar we de route oppikken waar we die vorig jaar gestopt zijn. We pikken de laatste Pyreneeën-cols mee en zetten daarna koers naar de Cevenne. Bij een met smeedwerk bewerkte brug steken we de Rhône over en zien onderweg de nodige monumenten ter nagedachtenis aan verongelukte wielrenners. Op de Portet D'aspet van Fabio Casartelli en verderop van Roger Riviere. Na de Cevenne volgt de Provence, waar met Mont Ventoux al op ons ligt te wachten. Zodra we daar zijn passeren we het monument van Tommy Simpson tijdens de loodzware klim.
Hierna gaat het verder door de Gorges du Verdon, beklimmen de hoogste col uit de serie van 100, de Col de La Bonette (ruim 2800 meter hoog) en nabij de Izoard zien we de gedenkstenen van Fausto Coppi en Louis Bobet.
Tegen het einde van onze tour hebben we nog een spannend avontuur bij de afgesloten col d; Izoare, waar we langs een afgesloten hek rijden en bovenop zien dat er dynamiet aangebracht is. Gelukkig kunnen we nog net passeren waardoor ook de laatste stempel behaald kan worden. 
De tocht is volbracht.
We hebben in totaal 110 cols en 58 cotes onder de wielen gehad en ik word als 114-de ooit geregistreerd in het register van de 100 colstocht.
Wat mij betreft mag deze tocht naast de zwaarste tocht ter wereld, ook het predicaat Mooiste tocht ter wereld krijgen.”