Jan van Dal liep een voettocht om dichter bij zichzelf te komen

december 2025


Jan op weg op de Camino

Santiago is het nieuwe Bethlehem
Jan van Dal liep een voettocht om dichter bij zichzelf te komen

December 2025

Het verhaal van Jozef en Maria die 2025 jaar terug naar Bethlehem liepen is wereldwijd al duizenden malen verteld. Dat Jan van Dal van Esbeek naar het Spaanse Santiago liep is iets minder bekend, maar toch liggen er overeenkomsten.
Het Joodse paar ging destijds met hun ezel op weg voor een volkstelling, zo heeft elke wandelaar zijn eigen drijfveren. Voor Jan lag een belangrijke drijfveer bij de periode die hij af wilde sluiten, de periode dat hij samen was met zijn Hanneke. Zij overleed minder dan een jaar terug en hij ontstak onderweg op vele plekken een kaarsje om  de gedachte aan haar en het vuurtje brandend te houden.
Als hij eind juli op weg gaat voor zijn monstertocht van zo’n 3000 kilometer, heeft hij net de wandelvierdaagse in Nijmegen afgesloten. Hij is er niet geheel ongeschonden uitgekomen, waardoor het lopen de eerste kilometers niet vlekkeloos gaat. Als hij vanuit de Pelgrimshoeve in Vessem op weg gaat neemt hij zelfs op de eerste etappes een fiets aan de hand mee. Voor het geval dat het niet meer gaat. Maar die tweewieler kan hij al snel achterlaten, waarna de rugzak zijn enige metgezel is. In die rugzak zitten naast de noodzakelijke spullen ook de herinneringen die hij met zich meedraagt. Onderin zit zelfs een extra stukje ballast: een steen met een boodschap erop. Die wil hij bij het Cruz de Ferro in het Spaanse land symbolisch achterlaten.
“In die eerste dagen zit je nog vol met vragen,” blikt hij vanaf zijn keukentafel terug. “Doe ik er goed aan, gaat het mij lukken en wat al niet meer. Met wandelen en het maken van grotere tochten had ik al de nodige ervaring, ik fietste ook ooit met Hanneke helemaal naar Rome.” Nog maar net de Franse grens over keek hij al uit naar een van de hoogtepunten: een kort weerzien met drie van zijn kleinkinderen. “Onze Thijs zat met zijn gezin op een vakantiepark en als je dan daar die kleine snoetjes ziet, dan komt alles ineens hard binnen. Ik moest echt enkele keren slikken toen ik hen in de armen sloot.” Na enkele fantastische momenten gooide hij zijn rugzak weer over zijn schouder en ging verder. Op zijn route door Frankrijk had hij meerdere mogelijkheden en hij koos daarin niet de makkelijkste of kortste weg. Hij koos voor de route Monastica die loopt via Postel, Reims in Noord Frankrijk, Trois en Vezelay. Daarna via Puy en Velay naar Lourdes. Je blijft dan iets meer aan de oostkant van Frankrijk waardoor de route langer is. Pas na Lourdes ging hij westwaarts om in de Pyreneeën uit te komen bij st Jean Pied de Port, de overgang naar Spanje.
Onderweg had hij de dagelijkse zorg om zelf zijn onderdak te regelen, hij maakte daarbij gebruik van een app waarbij diverse slaapadressen te vinden waren. Soms ging dat  soepel en makkelijk, maar soms stond hij voor gesloten deuren of was er gewoon geen adres te vinden. Een keer sliep hij in een leeg kinderdagverblijf. “De ene keer kom je bij een klooster, de andere keer bij een hospita. Maar de kwaliteit gaat van het ene uiterste naar het andere. Er waren plekken bij waar je je hond nog niet laat liggen tot overbezorgde vrouwen die het beste voor je willen. Ik liep in de Champagnestreek en raakte er bevangen door de hitte. Ik klopte bij een klooster aan en vroeg daar om water. De zusters daar zagen dat het niet goed met me ging en ze wilden me niet verder laten lopen. Maar ik had net bij een zekere Josée een slaapadres afgesproken en dat was nog een tiental kilometer verder. Ik probeerde haar af te bellen, maar zij stond erop dat ik bij haar kwam. “Dan kom ik je wel halen,” zei ze. Josée had een kelder onder haar huis met vijf slaapplekken, het was er heerlijk koel. Ik ben daar nog langer gebleven om weer op krachten te komen.”
Verderop in Frankrijk, bij het naderen vanhet1000 kilometerpunt vindt hij iemand die op hem stond te wachten, zijn dochter Cecile. “We hebben eerder al eens samen de vierdaagse gelopen, nu wilde ze enkele dagen met mij optrekken. Het werd een heel bijzondere ervaring.”
Voor Jan zijn het van die momenten dat hij weer wat meer kan praten en vertellen. “Ik ben toch een mensenmens,” stelt hij nuchter vast. “Ik zoek graag het contact, ben ook altijd benieuwd wie de persoon is die ik ontmoet. Ik heb ook diverse keren bij groepjes aangesloten en heb wekenlang samen met een Duitser opgelopen. Maar op mijn tocht was ik ook vaak alleen. Het gebeurde soms dat ik een hele dag niemand zag of tegenkwam. Cecile vond het ook top om dit enkele dagen samen te doen, maar terwijl zij terugkeerde ging voor mij de tocht weer verder. Wat mij dan hielp was een lied dat ik onderweg meekreeg van de paters uit Leffe. Zij vertelden over het lied Ultreia van Pierre Bénazet dat verhaalt over de slaapplaatsen op de Camino, de route naar Santiago.  De mensen zijn erg gastvrij en geven je een warm onthaal, In het begin was het voor mij nieuw en deed het me niet zo veel. Blijkbaar helpt het je om elke dag in het ritme te komen.  Doe je dat, dan zorgt Jacobus er voor dat je het haalt. Nou, ik heb het gehaald! Vanaf het allereerste begin passeert hij veel kerken en kathedralen en vrijwel nergens laat hij na om een brandend kaarsje achter te laten. In steden, maar ook in ontelbaar veel kleine dorpjes en in elk vlammetje bleef een stuk herinnering aan zijn Hanneke achter.



Onderweg met madame Josee aan tafel

Op zijn route kwam hij ontelbaar veel verlaten voertuigen tegen die bij een boer of burger in zijn tuin stonden te roesten. “Oude renaultjes 4 waar ik vroeger zelf in rond reed of afgedankte landbouwmachines. Ik verbaasde me erover dat ze het zo maar laten staan. Ik heb er ontelbaar veel foto’s van gemaakt en er vaak mensen over aangesproken wat het verhaal achter zo n machine was.”
Een ander product wat hij tegenkwam en wat zijn bijzondere aandacht had was (hoe kan het ook anders): bomen. “Ik kan er niets aan doen maar als ik ergens een stapel boomstammen zie wil ik weten wat voor hout het is en als het even kan ook wat het verhaal erachter is. Dat geldt ook voor de bomen in de honderden bossen waar ik doorheen gelopen ben. Soms eenvoudige dennen, maar soms ook statige sequoia’s. Een toefje op de taart kwam ik tegen als er ook nog ergens een zagerij bij was, dan kon ik het niet laten om even te gaan kijken en een praatje met de eigenaar te maken.”


Hij zag tal van oude auto's langs de kant van de weg. Soms een bonk roest en af en toe een pareltje

Stok

In Frankrik kreeg hij de vraag van iemand waarom hij geen stok bij zich had. “Ik had er niet bij stil gestaan die nodig te hebben, maar die man had er een voor mij. Een heel bijzonder exemplaar. Verder op de route maakte ik veel beklimmingen waarbij ik de man er enorm dankbaar voor was. Die stok werd steeds meer mijn reisgenoot, en ook al zou hij later nog voor vertraging van de terugvlucht zorgen, hij ging mee terug naar Esbeek.”
Eenmaal de Pyreneeën over veranderde niet alleen het landschap, maar ook de mensen. Hij zag hoe mooi Spanje is en dat voorzieningen meer op de wandelaars zijn ingericht. Toen na ruim 3000 kilometer Santiago de Compostella in zicht kwam viel er een last van hem af. Hij maakte per bus nog een ritje naar Finistera, het meest westelijke puntje van het Iberisch schiereiland dat lange tijd als het einde van de wereld gold.
Daarna nam hij het vliegtuig terug, al zag men het bij de vliegmaatschappij niet zitten dat er een ongeschoren wandelaar met een grote stok in de stoelen zat. Hij Moest een nieuwe vlucht boeken en liet toen de stok met zijn bagage insealen.
“Ik had het voor geen goud willen missen, ondanks ontberingen zoals hevige tandijn, kapotte schoenen onderweg en de vele zoektochten naar een bakje koffie. Ik denk serieus al weer na over misschien wel een volgende tocht,” zegt hij. “Er is ook nog een Camino Nord waarbij je meer langs de kust loopt. Wie weet nu, of in een ander leven.
In het kerstverhaal bereikten Jozef en Maria Bethlehem waar hun kindje werd geboren, de rest van die geschiedenis is algemeen bekend. Aan de Esbeekse keukentafel zit nu een wandelaar die elke dag wel wat mensen binnen ziet lopen en die de komende tijd het ritme van het gewone leven weer op probeert te pakken. Maar als dat even niet meer lukt kijkt hij naar het hoekje van zijn kamer waar zijn stok staat. Zijn metgezel over al die kilometers en nu het tastbare bewijs wat hij volbracht: de Camino naar Santiago.


Het lied van Ultreia
Elke ochtend nemen we de weg
Elke ochtend gaan we verder
Dag na dag, de weg roept ons
Het is de weg naar Compostela
Ultreia ultreia et sus eia deus adjuva nos
(ga verder, ga hoger, God helpe ons!)

Weg van de aarde en weg van geloof
Duizendjarige weg van Europa
De melkweg van Karel de Grote
Het is de weg van alle Jacobuspelgrims
Ultreia ultreia et sus eia deus adjuva nos



de route wordt aangeduid met de schelp, het symbool van de Camino, maar ook andere beeldtenissen kom je tegen