Titel

D’n Overstroom viert gouden jubileum, Frans Verdaat schreef boek
Buurtvereniging moest voor minder verkeersslachtoffers zorgen

April 2026



De rotondes op de N269 tussen Hilvarenbeek en Reusel zorgen voor minder gevaar bij het oversteken en ze reguleren voor een deel de snelheid van het verkeer. Ooit was dat anders en moesten de schoolkinderen van de Neterselsedijk in Lage Mierde de gevaarlijke weg over, met tal van verkeersslachtoffers tot gevolg. Om dit een halt toe te roepen kwam er in 1976 een buurtvereniging. De naam werd ontleend aan de brug over de Raamsloop die je passeerde als je de nieuwe buurt inreed: D’n Overstroom. Bestuurslid van het eerste uur Jan Roijmans was blij dat er daarna geen slachtoffers meer vielen. De geschiedenis van het buurtschap en ook voor een deel de rest van lage Mierde, is door bewoner Frans Verdaat beschreven in een boek.

De oversteek naar Neterselsedijk werd veiliger met een rotonde


“Dat buurtvereniging D’n Overstroom er vijftig jaar kwam, had eigenlijk een trieste oorzaak,” weet Jan Roijmans (81) nog. Hij was een van de initiatiefnemers en zat in het allereerste bestuur. “Er waren in die zeventiger jaren tal van jonge mensen in het verkeer om het leven gekomen en de jeugd moest dagelijks de gevaarlijke N269 over. In 1976 besloten we dat dit zo niet langer kon en we bouwden een eigen carnavalswagen in de toen nog jonge optocht van De Peperbussen. Daarbij stelden we verbeteringen aan de kruising voor zoals een stoplicht of viaduct.  Na de carnaval wilden we verder en we besloten met een nieuwe buurtvereniging door te pakken.”
Als Frans Verdaat, bewoner van de Braakhoek in het buurtschap D’n Overstroom, zich verdiept op het leven op de straten, beperkt hij zich niet tot de periode vanaf 1976 toen de buurtvereniging werd opgericht. Hij gaat jaren, af en toe zelfs eeuwen terug en betrekt er ook de rest van Lage Mierde bij. Hij pakte de pen op toen vanuit de buurtvereniging gekeken werd op welke wijze het gouden jubileum vastgelegd kon worden.
“Ik had het geluk dat ik kon putten uit een enorm arsenaal aan berichten over Lage Mierde die ik in tientallen jaren bewaard heb,” blikt hij terug.
Een van zijn inspiratiepunten vond hij in de schilderwerken van oude meesters, zoals Arie Zwart en Schwartzmans, die niet toevallig op de cover van zijn boek terug komt. Deze schilders legden in de eerste helft van de vorige eeuw het gewone leven op de Kempische boerderijen zoals in D’n Overstroom vast. Eenvoudige huisjes met overwegend een rieten dak en daar tussenin een karrespoor. Het water werd gehaald uit de eigen put op het erf en het nieuws werd nog van mond-op-mond overgebracht.
Toen hij op zoek ging naar materiaal voor zijn boek ontdekte hij vooral de armoede van de boeren in de buurt waar hij opgroeide. “Er waren vooral kleine boerderijtjes met een rieten dak en er was gebrek aan voorzieningen, die nu voor ons vanzelfsprekend zijn zoals elektriciteit en stromend water. Maar wat de mensen wel hadden waren veel kinderen en vrijwel iedereen was voor een groot deel zelfvoorzienend. Er ging elk jaar wel een eigen varken geslacht de kelder in en de groenten kwamen uit de eigen tuin.”
Verdaat over het ontstaan van de buurtvereniging: “De aanleiding was inderdaad behoorlijk triest want er vielen te veel verkeersslachtoffers, mede door de oversteek bij de N269. Soms zelfs meerdere kinderen uit één gezin. Daar een halt toeroepen sprak de mensen aan en vrijwel iedereen werd lid van de nieuwe buurtvereniging. Dat er daarna veel sociale activiteiten ontstonden was mooi meegenomen en ook bij de jaarlijkse carnavalsoptocht bleef D’n Overstroom een vaste waarde.”
De buurtvereniging heeft als hart de Neterselsedijk tussen Lage Mierde en Netersel, maar ook alle zijstraten horen hierbij. De Dunsedijk, Mispeleind, Meierweg en Heikantsebaan. Ook de Braakhoek, wat ooit een geheel eigen buurtschap was.
In zijn boek gaat hij alle woningen in de buurt langs en maakt daarbij een opsomming wie er vanaf het allereerste begin woonde. Het legt tal van familieverbanden bloot, mede omdat die informatie soms tot het jaar 1700 terug gaat.
Zijn boek is inmiddels gratis ter beschikking gesteld aan de leden van de buurtvereniging. Andere liefhebbers kunnen het bij hem nog verkrijgen (fransverdaat@gmail.com)

Uit het boek Poetje, Pulleke, Ketje, kaoter:
De pastoor kwam langs om bij een jong stel om het nieuwe huis te zegenen. Na een jaar kwam hij eens informeren hoe het ermee stond. “De zeug heeft 12 biggen, 2 vaarzen zijn drachtig, maar ik denk dat je ons Marie ook geraakt hebt,” antwoordde de jonge boer.