Nederland grossierde ook in vierde plaatsen
Harrie Smolders met opgeheven hoofd uit Tokyo

Augustus 2021


Met een vierde plaats keerde ruiter Harrie Smolders terug van de Olympische Spelen in Tokyo. Het Olympische diploma heeft voor de Lage-Mierdenaar een gouden randje, omdat hij in de finale van de landenwedstrijd een ongelofelijk mooie prestatie leverde. Door fouten van zijn twee teamgenoten kwam hij met het Nederlandse team helaas net buiten het podium terecht.
Maar hoe mooi deze afloop voor hem ook was, zo enerverend was de aanloop en de voorbereiding!
Als we Harrie spreken is de sluitingsceremonie nog maar een dag achter de rug en de landenwedstrijd nog maar twee dagen. Toch is hij alweer in Nederland (en België) in touw met zijn paarden. “Het leven gaat wel gewoon door,” lacht hij.
Als hij terugblikt op wat hem overkwam, snapt hij zelf nog maar amper dat hij op de voorlaatste Olympische dag nog zo kon presteren.
“Het begon met een val in de wedstrijd in Knokke, slechts enkele weken voor de spelen. Ik stond al op het favorietenlijstje van de bondscoach, maar toen ik daar een rib brak dreigde het mis te gaan. Toen begin juli de definitieve ploeg bekend werd gemaakt stond ik daar echter toch gewoon bij. Mijn paard Dolinn was in goede vorm en ikzelf en iedereen die erbij betrokken was had er vertrouwen in. Maar kort voor ons vertrek bleek Dolinn ook een blessure te hebben, waardoor ik hem niet mee kon nemen en ook al had ik met Bingo du Parc een vervanger, dat paard heeft wel minder ervaring.”
Voor de bondscoach was het reden om daarom op het allerlaatste moment nog een wissel toe te passen: Harrie ging van vaste waarde naar de reservepositie. Hierdoor kwam hij niet in actie bij de individuele wedstrijd, waar Maikel van de Vleuten een bronzen medaille veroverde.
“Ja, dat was een grote tegenvaller,” zucht Harrie, die eerder in Londen al tweede reserve had gestaan en in Rio door een klein foutje nipt de barrage van de individuele wedstrijd miste.
“Toen kwam de landenwedstrijd en die begon met een omloop waarbij alle drie de ruiters per land in actie kwamen. Elk resultaat telt daarbij mee en slechts de beste tien gaan dan door naar de landenfinale. Ik stond aan de zijlijn en zag dat het een zwaar parcours was, er werden door vrijwel alle ruiters veel fouten gemaakt. Met de hakken over de sloot bereikte Oranje als achtste de finale. Daar greep de bondscoach in met een wissel, waardoor ik in het team kwam voor Willem Greve. Ik deed een sprongetje in de lucht en was er klaar voor, ook al was het daarvoor wel enorm moeilijk geweest om samen met mijn paard de focus te houden.”
In de aanloop naar het moment dat hij zelf in actie kwam hield Harrie zijn paard scherp met trainen, zonder zicht te hebben of hij echt in actie kond komen. Hij merkte dat het zelfs lastig was om zijn paard gemotiveerd te houden!
“Maar het voelde enorm goed dat we eindelijk de ring in mochten. Het was opnieuw een enorm pittig parcours en teamgenoot Marc Houtzager had voor mij al negen strafpunten achter gelaten. Maar gelukkig verliep mijn rit goed.”
Het ‘goed’ betekende in dit geval een optimale score waarbij alle balken bleven liggen. Maar omdat de bronzen van de Vleuten na hem nog wel twee balken eraf gooide, eindigde Nederland uiteindelijk als vierde, na Zweden de VS en België.
“Het is zoals het is,” zegt de nuchtere Lage Mierdenaar die aan de Neterselsedijk opgroeide. In de stal van vader Toon leerde hij op een pony rijden en later springen, maar de laatste jaren crosst hij de hele wereld over om aan de grootste wedstrijden deel te nemen. Twee jaar terug won hij nog de Global Champions tour en was hij maandenlang de aanvoerder van de wereldranglijst.
Nu staat hij weer met beide benen op de grond.
“Het was een erg mooie ervaring, ook al misten we door de Corona beperkingen veel interactie met het hele team NL,” zegt hij. “Met de ruiterploeg waren we wel erg close en daarmee hebben we ook de andere sporten, zij het van een afstand, goed kunnen volgen.”
Binnenkort zijn er weer wedstrijden in Valkenswaard en Brussel en daarna het EK. “Ik moet nog kijken waar ik van start ga, maar ik heb er zeker zin in. En Parijs over drie jaar? Ach, waarom ook niet.”