De cohort-afdeling

November 2020


Het kon niet uitblijven dat ik in de tweede corona-golf ook daadwerkelijk te maken zou krijgen met de verzorging van corona-slachtoffers. Bij een nachtdienst voor een zorgorganisatie in De Kempen kwam het werken op een cohort-afdeling ter sprake: een afdeling met actief besmette personen met het corona virus.
Met mijn goedkeuring werd ik ingedeeld op deze afdeling, maar het werd me meteen duidelijk met welke consequenties.
Ik zou de rest van de nacht alleen op de afdeling moeten blijven en als ik er eenmaal ben, driedubbel omgekleed en ingepakt met beveiligde materialen, kan ik er de volgende ochtend alleen via een achterdeur uit, zonder verder contact met collega s te hebben.
Een eenzame nacht ligt voor me. Buiten waait het hard en de regen klettert tegen de ramen. Toch is het niet koud, de wind voelt in de nacht warm aan.
Ik word naar de binnentuin van het gebouw gedirigeerd waar ik twee tenten zie staan. In de eerste tent liggen beschermingsmiddelen gereed die ik aan kan doen en in de tweede tent staat een tafel, een klein koelkastje en wat meer zaken om de nacht aangenaam door te komen.
Ik trek twee schorten over elkaar aan, de blauwe plastic handschoenen gaan aan, het mondmasker had ik al voor. Twee plastic ‘onderarmen’ laat ik even voor wat het is, het is al ontzettend zweten onder al die kleding. Tenslotte zet ik een beschermende bril op.
Ik neem afscheid van de collega die mij geïnstrueerd heeft en we spreken af om gedurende de nacht per telefoon contact te houden.
Op de afdeling zelf krijg ik van de avonddienst specifieke uitleg over de zorg van die nacht en over de cliënten die er zijn. Achter haar bril, mondkapje en dubbele schort zie ik een bevlogen jongedame, die goed de tijd neemt om me alles uit te leggen en ze vertrekt pas als ze zelf het gevoel heeft ook alles goed overgedragen te hebben.
Dan richt ik mij op de werklijst met informatie over de veertien clienten. Twee kamers zijn leeg, die personen zijn al aan corona overleden, bij twee staan geel gearceerde strepen: deze clienten hebben corona, een van hen is terminaal. Alle overige clienten zijn getest en (nog?) niet besmet, bij een kon het niet vastgesteld worden.
De nacht begint met een ronde langs alle kamers. Bij de een ga ik naar binnen en bij de ander luister ik aan de deur. Achter mij gaat een deur open en er komt een man, gekleed in zijn pyama naar buiten. Het is een afdeling voor dementerenden en het is bij deze persoon duidelijk dat hij de weg behoorlijk kwijt is. ‘Honger,’ prevelt hij enkele keren. Ik neem hem mee naar een keukentje en smeer twee boterhammen voor hem. Nadat hij ze op heeft kan ik hem meenemen en gaat hij gewillig slapen. Gedurende de nacht zal ik hem nog vaker zien.
De rode draad van mijn zorg voor de veertien mij toevertrouwde cliënten is een werklijst, waarop zaken staan die uitgevoerd moeten worden. Daarnaast is het zorg die zich voordoet.
Er is één client die ik nog medicatie moet verstrekken omdat ze die eerder niet in kon nemen, een andere client moet tweemaal een injectie krijgen.
De nacht verloopt goed, behoudens een akkefietje met het inloggen in het digitale zorgdossier. Daar zijn zoveel beveiligingen ingebouwd dat ik van de afdeling waar ik ben niets kan zien of niet kan rapporteren. Mijn verpleegkundig contactpersoon weet een bug te bedenken waardoor ik op een andere manier in kan loggen zodat ik mijn rapportages toch kan doen.
Aan het begin van de nacht had ik nog het vermoeden dat dit wel eens een lange zit kon worden, maar als ook de kleine uurtjes wegtikken heb ik toch het idee dat het snel gaat. Af en toe komt er een melding op mijn telefoon dat er beweging is in een kamer. Ik kijk dan eerst digitaal met de camera, voor ik besluit om er wel of niet heen te gaan. Er is één client met een moeilijke ademhaling, ik heb er contact over en voer enkele metingen uit, waaronder een saturatiemeting.
Om half zeven in de ochtend hoor ik geluiden in de tent buiten en ik zie dat de eerste collega s voor mijn aflossing al gearriveerd zijn. Ze komen met een kopje koffie binnen en er is ruim de tijd om de overdracht te doen.
Conform de instructies verlaat ik via de tent en de binnentuin het terrein, zonder de andere collega’s van de nachtdienst nog te zien. Het zit er weer op, nu maar hopen dat ik de corona niet mee neem. Daarom bij thuiskomst meteen onder de douche en huppakee, alle kleding de wasmachine in…..