Vanuit de KPJ kwam ik vanaf begin jaren tachtig in de atletiek terecht. Naast de loopnummers (tot en met halve marathon) zag ik een uitdaging in een aantal technische nummers. Het leverde een aantal clubrecords bij AVR'69 waarvan er eentje wel 40 jaar zou blijven staan: de 400 m horden.

Ook het hoogspringen was een van de favoriete nummers. Met 1.85 verbeterde ik het toenmalige clubrecord en sprong ik over mijn eigen lengte. saillant detail is dat ik het hoogspringen thuis op de boerderij geoefend had. ik gebruikte enkel strobalen om mijn val te breken, nadat ik eerder gezien had met welke techniek Bob Fosburie de Olympische spelen van Mexico had gewonnen.
Ook op de 100m horden verbeterde ik het clubrecord. Dat gebeurde nadat we het 1 x getraind hadden, waarbij ik merkte dat het me redelijk af ging. De week die volgde op die training hadden we een clubwedstrijd in Dordrecht en omdat ik het redelijk deed op de training mocht ik dat nummer voor mijn rekening nemen. Met een clubrecord als resultaat dus.
Ook bijzonder was de 10-kamp die ik 1 x aflegde in Best. Daarbij was binnen AVR'69 Piet Antonis niet bij te benen, maar met een goede score op de loop- en springnummers was ik er een goede tweede.
Ook op de 800 meter deed ik diverse pogingen om het clubrecord te breken, maar dat lukte telkens net niet.

In de atletiek lag een mooie basis om later bij andere sporten voordeel mee te doen